Op grond van de Wet Bibob, artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 3, 27, 30a en 31 van de Drank- en Horecawet en de artikelen 2:28 en 3:4 van de Algemene Plaatselijke Verordening kan er een Bibob-toets plaatsvinden bij de in deze beleidsregel genoemde vergunningen.
Het van toepassing verklaren van de Wet Bibob op de hiervoor genoemde vergunningen betekent dat de gemeente, zowel bij de verlening van de vergunning als bij het toezicht op de naleving ervan, in de genoemde gevallen steeds zal onderzoeken of er sprake is van ernstig gevaar dat de beschikking mede zal worden gebruikt om:
uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten (witwassen); of
strafbare feiten te plegen.
Indien ernstig gevaar wordt vastgesteld, heeft het college op grond van artikel 3 van de Wet Bibob de bevoegdheid om een vergunning weigeren of in te trekken.
Artikel 3.
Juridisch kader
Onderdeel van Beleidsregel Wet Bibob voor horeca- en prostitutiebranche c.a. gemeente Asten 2020