Parkeren en het bestemmingsplan
Supplement 2011-2
Nirov, Den Haag
December 2011
4.5 Financiële voorwaarden (parkeerfonds)
Aan de toepassing van de afwijkingsregeling in de parkeerbepaling van de bouwverordening, waarbij
op andere wijze dan op eigen erf in parkeerruimte wordt voorzien worden vaak ook wel financiële
voorwaarden gesteld. Er wordt dan van de aanvrager van de omgevingsvergunning een geldelijke bijdrage gevraagd in een parkeerfonds, waaruit de gemeente te zijner tijd de aanleg van extra parkeerplaatsen buiten het erf van de aanvrager kan bekostigen.
Deze praktijk is door de Raad van State geaccepteerd. In de uitspraak Den Helder van de (Rechtbank
Alkmaar 02-06-2008, nr. 07/1964, LJN: BD3511) wordt hiervan een samenvatting gegeven
‘’11.2 De Afdeling heeft zich in een aantal uitspraken uitgelaten over de aanvaardbaarheid van het
verbinden van een financiële voorwaarde aan een vrijstelling. De rechtbank verwijst in dit verband naar uitspraken van 4 augustus 1998, 27 september 2006 en 25 oktober 2006, gepubliceerd op
www.rechtspraak.nl onder (respectievelijk) LJ-Nummers AH6557, AY8923 en AZ0813. Deze uitspraken hebben betrekking op het verbinden van een financiële voorwaarde aan het verlenen van vrijstelling c.q. ontheffing van het vereiste in de bouwverordening dat een bouwplan moet voorzien in voldoende parkeerruimte. De Afdeling acht blijkens deze uitspraken het verbinden van een financiële bijdrage in de vorm van het storten van een bijdrage in een parkeerfonds aanvaardbaar, indien door voldoening aan de gestelde voorwaarde een rechtstreekse bijdrage wordt geleverd aan de doelstelling van de wettelijke bepaling waarop de vergunning of vrijstelling berust en de verlening of vrijstelling in het algemeen belang tot het heffen van een geldbedrag noopt. Gelet daarop dient voldoende aannemelijk te zijn dat de financiële bijdrage ook daadwerkelijk zal worden aangewend om te voorzien in de parkeerbehoefte van het bouwplan. Tenslotte zal moeten blijken dat niet een andere, uit hoofde van rechtsbescherming meer aanvaardbare mogelijkheid aanwezig is om een tegemoetkoming of compensatie te verlangen.’’
In het onderhavige geval in den Helder ging het niet om de toepassing van de parkeerbepaling voor
een bouwplan maar om een vrijstelling van het bestemmingsplan voor het gebruik (artikel 19 lid 3
WRO). De rechtbank acht hier eveneens een financiële voorwaarde in principe aanvaardbaar.
‘’11.3 De rechtbank overweegt dat, zoals hiervoor onder 6. reeds is aangegeven, in het onderhavige
geval geen sprake is van een bouwplan. Toetsing aan de in de bouwverordening neergelegde
parkeervereisten is bij het verlenen van een gebruiksvrijstelling niet aan de orde. Dit neemt niet weg dat verweerder het parkeeraspect mocht betrekken bij de vraag of vrijstelling voor het gevraagde gebruik kon worden verleend. Verweerder diende immers in het kader van de door hem te maken
belangenafweging te bezien welke planologische gevolgen het verlenen van vrijstelling zou hebben en daarbij aandacht te besteden aan de vraag of het gewijzigde gebruik leidt tot een toename van de
parkeerdruk en in hoeverre daarvoor een oplossing voorhanden is. De rechtbank is voorts van oordeel dat het verbinden van een financiële voorwaarde aan een gebruiksvrijstelling om de toename van de parkeerdruk te ondervangen in algemene zin aanvaardbaar te achten is, mits deze direct bijdraagt aan de bescherming van de hiervoor omschreven planologische belangen van omwonenden.’’
Volgens de rechtbank moet echter in concrete gevallen wel aannemelijk worden gemaakt dat de
gevraagde financiële bijdrage ook daadwerkelijk zal worden aangewend om te voorzien in de
parkeerbehoefte die het gevolg is van het bouwplan of de gebruikswijziging waarvoor vrijstelling is
gevraagd. In dit geval was dit volgens de rechtbank niet aannemelijk gemaakt. Uit de uitspraak blijkt dat een financiële bijdrage niet zonder meer kan worden verlangd, als het gaat om een relatief kleine ontwikkeling en de tegenprestatie van de gemeente niet nodig is om in het parkeren te voorzien.
Ook is een financiële bijdrage niet een acceptabele oplossing als op korte termijn toch in de buurt
geen extra parkeerruimte kan worden gerealiseerd. Dit blijkt onder meer uit de uitspraak Valkenburg
(Voorzieningenrechter Rechtbank Maastricht 30-10-2008, LJN: BG2047).
Omgekeerd kan het via een bijdrage in het parkeerfonds afkopen van een verplichting om
parkeerplaatsen te realiseren echter ook niet zonder meer aan een aanvrager worden geweigerd. Dit
blijkt uit de uitspraak Houten (Rechtbank Utrecht 12-04-2010, nr. SBR 09/983, LJN: BM0958):
“2.9 Ten aanzien van het Parkeerfonds geldt dat het de rechtbank onduidelijk is gebleven wat dit fonds inhoudt, op welke bevoegdheden het stoelt en wat de toepassingscriteria ervan zijn. Ter zitting heeft de gemachtigde van het college toegelicht dat het Parkeerfonds tot nog toe is toegepast bij ontwikkelingen rond of aan het Plein en dan nog zeer sporadisch. Onduidelijk is echter gebleven in welke gevallen het inzetten van het Parkeerfonds wordt overwogen, onder welke voorwaarden men voor toepassing van het Parkeerfonds in aanmerking komt, in hoeverre de focus ervan is beperkt tot het gebied op en rondom het Plein en tot hoever dat gebied reikt. Desgevraagd ter zitting kon de gemachtigde van verweerder niet aangeven of het Parkeerfonds is gestoeld op gepubliceerd beleid of op een bestendige gedragslijn en waaruit dit zou kunnen blijken. Vooralsnog lijkt het er dan ook op dat het al dan niet toepassen van het Parkeerfonds door het college betrekkelijk willekeurig wordt bepaald. Naar het oordeel van de rechtbank is in het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd waarom [eiseres] geen beroep zou kunnen doen op het Parkeerfonds. Het enkele feit dat het geplande eetcafé niet is gelegen direct rond of aan Het Plein acht de rechtbank onvoldoende motivatie nu, zoals hiervoor is weergegeven, de inhoud en het toepassingsbereik van het Parkeerfonds niet duidelijk zijn.”
Uit de voorgaande uitspraken kan worden afgeleid dat het stellen van financiële voorwaarden niet
alleen mogelijk is bij toepassing van de parkeerbepalingen, maar ook bij afwijkingen van het bestemmingsplan. Dit zal dan ook gelden voor in het bestemmingsplan opgenomen
afwijkingsbevoegdheden van in dat plan opgenomen parkeereisen. Het zal evenwel niet mogelijk zijn in bestemmingsplannen van te voren bij deze afwijkingsmogelijkheden financiële voorwaarden te eisen. Dit is namelijk afhankelijk van de omstandigheden in het concrete geval, met name van de vraag of de financiële bijdrage wel voor het realiseren van parkeergelegenheid kan worden besteed.