Het college maakt het besluit om al dan niet garantie te verstrekken door middel van een brief bekend aan de aanvrager. Bij verstrekking van een gemeentegarantie worden voorwaarden in die brief opgenomen met betrekking tot: hoogte, looptijd en wijze van aflossing van de door een financiële instelling te verstrekken geldlening waarvoor de gemeentegarantie wordt verstrekt;
De aanvrager heeft een instandhouding- en onderhoudsverplichting van het onderpand. De aanvrager verplicht zich daarom tot het afsluiten van opstal- en inboedelverzekeringen en het in goede staat houden van het onderpand gedurende de gehele looptijd van de garantie. Hiertoe moeten gedurende de looptijd van de geldlening in de exploitatiebegroting van de aanvrager voldoende financiële middelen worden opgenomen. De gemeente heeft de mogelijkheid eenmaal per twee jaar controle uit te oefenen of de onroerende zaak, waarop de hypotheek is gevestigd, voldoende wordt onderhouden.
De aanvrager verstrekt jaarlijks de exploitatiebegroting en een financieel jaarverslag aan het college, opdat het college het financiële beheer van de organisatie kan beoordelen. Dit gebeurt binnen drie maanden na vaststelling door het bevoegd orgaan. Tevens wordt een kopie van de meest recente verzekeringspolis van de opstal meegezonden.
Het college dient schriftelijk te worden geïnformeerd indien en zodra substantiële financiële tegenvallers in de exploitatie van de organisatie dreigen op te treden of ingeval er liquiditeitsproblemen ontstaan.
Zonder toestemming van het college is de geldnemer niet toegestaan nieuwe geldleningen, rekening courantovereenkomsten of borgtochten aan te gaan, gelden uit te lenen, gelden te beleggen dan wel een organisatiewijziging door te voeren.
Zonder voorafgaande toestemming van het college is het de geldnemer niet toegestaan onroerende zaken te vervreemden, te bezwaren dan wel te veranderen van bestemming.
De te verstrekken garantie moet voldoen aan de geldende regelgeving rondom staatssteun.
De gemeentegarantie wordt pas geacht te zijn verleend, nadat de aanvrager door ondertekening uitdrukkelijk en zonder voorbehoud met de overeenkomst en de daarin vastgelegde garantieverplichtingen heeft ingestemd.
De borgtochtverklaring aan de financiële instelling (geldgever) wordt afgegeven onder de volgende voorwaarden:
de geldgever is verplicht zijn bestaande of toekomstige zekerheden eerst uit te winnen voordat de gemeente aangesproken wordt;
als de gemeente aangesproken wordt als borg, treedt zij in de rechten van de geldnemer;
gemeente wordt gevrijwaard van uit de gemeentegarantie voortvloeiende verplichtingen, wanneer de geldgever een of meer zekerheden niet geheel of gedeeltelijk heeft aangewend, tenzij de gemeente hiervoor vooraf schriftelijk toestemming heeft verleend;
de geldgever dient erop toe te zien dat bij vervreemding van de onroerende zaak, de geldlening volledig wordt afgelost en de afgegeven gemeentegarantie daarmee komt te vervallen;
de geldgever dient de gemeente jaarlijks te informeren over de restantschuld van de geldlening;
bij ingebrekestelling van de geldnemer dient de gemeente daarvan direct een afschrift te ontvangen van de geldgever;
de geldgever verleent geen uitstel van betaling aan geldnemer zonder schriftelijke toestemming van de gemeente;
de geldgever zal de faciliteiten betreffende de geldlening niet verhogen of uitbreiden zonder schriftelijke toestemming van de gemeente;
als de gemeente krachtens de garantie een betaling verricht in de plaats van een in gebreke gebleven geldnemer, is de regresvordering van de gemeente en een eventueel faillissement van de geldnemer bevoorrecht op eventuele andere vorderingen die een geldverstrekker op de geldnemer heeft.
Een verleende garantie kan worden ingetrokken of gewijzigd indien de overeenkomst van de geldlening waarop de garantie betrekking heeft niet binnen zes maanden na verzending van het besluit tot garantieverlening tot stand komt.
Hoofdstuk 2
Artikel 6
Overige criteria en verplichtingen:
Onderdeel van Beleidsregels garantie gemeente Vlissingen