Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.2

Artikel 2.2.8

Gebruik mantelbuizen, beschermplaten en labels

Onderdeel van Handboek Beleidsregels betreffende het aanleggen, in stand houden, verplaatsen en verwijderen van kabels en leidingen Leusden 2015

1.. De vergunningverlener kan in bepaalde gevallen mantelbuizen laten aanbrengen. 2.. De aanbieder ziet erop toe dat onder verharding aangebrachte mantelbuizen aan beide kanten worden afgesloten om eventuele verzanding of verzakking van het wegdek te voorkomen. 3.. Beschermplaten, afdekplaten en andere voorzieningen ter bescherming van kabels en leidingen worden niet zonder uitdrukkelijke goedkeuring van de toezichthouder in het kabelen leidingentracé aangebracht. 4.. Na aanleg van de kabels en leidingen ziet de aanbieder erop toe dat deze zodanig gelabeld worden, dat de grondeigenaren, de grondroerders of andere derden in staat zijn te achterhalen aan wie de kabel toebehoort. Om dit doel te bereiken worden de kabels en leidingen om de 5 meter van een label of ander blijvend herkenningsteken voorzien. Bij een aftakking van de kabels en leidingen of einde ervan wordt binnen 1 meter een label of ander blijvend herkenningsteken aangebracht. Kleur en tekst op de kabel. 5.. Op bovengrondse objecten als bedoeld in artikel 2.2.10 van deze beleidsregels wordt door de aanbieder een herkenningsteken aangebracht met daarop de vermelding van de eigenaar, een identiteitsnummer van de kast en een telefoonnummer dat bij een storing gebeld kan worden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel