2.1. De consulent werk stelt de aard, omvang en duur van de tegenprestatie vast, op basis van maatwerk waarbij de individuele mogelijkheden en omstandigheden van de klant in acht worden genomen.
2.2. Uitgangspunt is dat de klant in beginsel 16 uur per week voor een periode van minimaal drie maanden per jaar werkzaamheden verricht in het kader van de tegenprestatie, tenzij er, naar het oordeel van de consulent, redenen zijn om een ander aantal uren vast te stellen.
2.3. Indien de klant slechts in beperkte mate activiteiten kan verrichten, worden specifieke afspraken gemaakt met betrekking tot de aard en de intensiteit van de tegenprestatie.
2.4. Is elke activiteit onmogelijk op grond van persoonlijke omstandigheden van de klant, dan ontheft de consulent de klant, tijdelijk, van de verplichting tot het verrichten van de tegenprestatie naar vermogen op grond van artikel 9, tweede lid van de Participatiewet, artikel 37a, eerste lid van de IOAW, of artikel 37a, eerste lid van de IOAZ.
Hoofdstuk
Artikel 2.
Vaststelling tegenprestatie naar vermogen
Onderdeel van Beleidsregels Tegenprestatie naar vermogen 2020