Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 3.

Nadere bepalingen

Onderdeel van Beleidsregels Tegenprestatie naar vermogen 2020

3.1. De klant krijgt zelf de gelegenheid binnen twintig werkdagen een tegenprestatieplaats bij een organisatie, instelling, club of vereniging te zoeken. 3.2 Als de klant het lastig of vervelend vindt om contact te zoeken met een potentiële organisatie, instelling, club of vereniging, dan is beperkte begeleiding vanuit de gemeente mogelijk. 3.3. Wanneer de klant niet binnen twintig werkdagen zelf een tegenprestatieplaats heeft weten te bemachtigen, dan zal vervolgens door de consulent een passende plek worden gezocht. 3.3 Het college kan vrijwilligerswerk beschouwen als onbetaalde maatschappelijk nuttige werkzaamheden in het kader van de tegenprestatie naar vermogen. 3.4 Onder vrijwilligerswerk wordt in dit verband onbetaald werk met een maatschappelijk of liefdadig doel zonder commerciële belangen verstaan. 3.5 Daarnaast kan bij onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden worden gedacht aan bijvoorbeeld het leveren van een bijdrage aan het verbeteren van de leefbaarheid in wijk of straat. 3.6. Indien de klant mantelzorg activiteiten verricht, dan kan dit door het college worden beschouwd als onbetaalde maatschappelijk nuttige werkzaamheden in het kader van de tegenprestatie naar vermogen. 3.7. De tegenprestatie naar vermogen wordt middels een beschikking opgelegd. 3.8. Indien er geen geschikte plekken zijn die voldoen aan de criteria van de tegenprestatie van vermogen en welke passen bij de individuele mogelijkheden en omstandigheden van de individuele klant, dan ziet de consulent, met toepassing van artikel 3.5.4, van de Verordening Sociaal Domein gemeente Zwartewaterland af van het de verplichting tot het verrichten van de tegenprestatie naar vermogen op grond van artikel 9, tweede lid van de Participatiewet, artikel 37a, eerste lid van de IOAW, of artikel 37 a, eerste lid van de IOAZ. 3.9. Als de klant niet of in onvoldoende mate meewerkt aan de opgelegde tegenprestatie naar vermogen, wordt deze gedraging conform de Verordening Sociaal Domein gesanctioneerd. 3.10 Op alleenstaande ouders met kinderen jonger dan 5 jaar met een ontheffing als bedoeld in artikel 9a, eerste lid, van de Participatiewet is, ingevolge artikel 9, zevende lid, van de Participatiewet, de verplichting tot het verrichten van een tegenprestatie naar vermogen niet van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel