Naar hoofdinhoud
Welstandsniveaus hebben betrekking op de mate waarin welstand wordt ingezet De gemeente zal haar aandacht bij de uitvoering van haar welstandsbeleid primair richten op gebieden, structuren en onderwerpen die bepalend zijn voor de kwaliteit en de karakteristiek van de gemeente als geheel. In andere gebieden zal de gemeente zich minder als beeldregisseur opstellen, hetgeen zich vertaalt in een meer soepele wel- standstoets. Bouwplannen worden wel aan alle andere voorschriften getoetst, zoals het Bouwbesluit en het bestemmingsplan waarin zaken als rooilijnen en goot- en nokhoogte kunnen worden vastgelegd. Elk gebied krijgt een “welstandsniveau” toebedeeld. Dit geeft aan in welke mate de gemeente welstand inzet in een bepaald gebied. Het welstandsbeleid in het algemeen kent vier welstandsniveaus: welstandsniveau 1 bijzondere toetsing welstandsniveau 2 reguliere toetsing welstandsniveau 3 soepele toetsing welstandsniveau 4 welstandsvrij (komt in Westervoort niet voor) Bij de beoordeling door de welstandscommissie worden de bouwplannen, afhankelijk van het welstandsniveau, globaal of gedetailleerd bekeken. Bij een bijzondere toetsing – welstandsniveau 1- worden bijvoorbeeld bij bouwplannen in beschermde gebieden de detailleringen van de kozijnen expliciet meegenomen in de beoordeling. In gebieden met een lichte toetsing –welstandsniveau 3– wordt met name gekeken of het bouwplan de relatie met de omgeving niet verstoort. In dat geval wordt aan de detailleringen een beduidend minder zwaar belang toegekend; alleen in uitzonderlijke en te motiveren gevallen zal dit een onderdeel vormen van de welstandstoets. Van belang is dan onder meer dat er een duidelijke samenhang bestaat met het omgevingsbeeld. De verschillen- de aandachtsvelden kunnen als volgt worden omschreven: Relatie met de omgeving plaatsing op de kavel; hoofdmassa (hoogte, breedte, kapvorm, etc.); positionering aan- en opbouwen (dakkapellen, serres, erkers, etc.); hoofd materiaal- en kleurgebruik. Het bouwplan op zichzelf compositie van de hoofdmassa (verhoudingen hoofdvorm, dakvorm, etc.); compositie van gevelindeling (vlakken, openingen, onderlinge verhoudingen); vormgeving van ‘ondergeschikte elementen’ (dakkapellen, erkers, goten, etc.); materiaal en kleurgebruik. De detaillering kozijnindeling en –detaillering; detaillering van karakteristieke bouw- en esthetisch belangrijke elementen (dakkapellen, erkers, goten, etc.). In Westervoort worden welstandsniveau’s 1, 2,en 3 toegepast. Welstandsniveau 1: bijzondere toetsing Dit welstandsniveau wordt door de gemeente toegekend aan structuren, gebieden en objecten, die van cruciale betekenis zijn voor het totaalbeeld van Westervoort. Ook gebieden met bijzondere cultuurhistorische, architectonische, landschappelijke of stedenbouwkundige karakteristieken krijgen niveau 1. Het welstandsbeleid is gericht op het handhaven, herstellen en versterken van gewaar- deerde of gewenste ruimtelijke karakteristieken en op de samenhang binnen het gebied of object. In beheersituaties gebeurt dit vooral via regels en toetsing, terwijl in ontwik- kelingssituaties het accent ligt op het faciliteren en stimuleren van kwaliteit. Bij deze beoordeling gelden de volgende aandachtsvelden: Relatie met de omgeving. Het bouwplan op zichzelf. De detaillering. Gemeentelijke- en rijksmonumenten vallen altijd onder welstandsniveau 1, al liggen ze in een gebied met een ander welstandsniveau. Welstandsniveau 2: reguliere toetsing Hieronder vallen gebieden, die vanuit het perspectief van de gehele gemeente geen topprioriteit hebben, maar waar wel aanleiding is om alert te blijven op de ontwikkeling van de ruimtelijke kwaliteit. Dit zijn bijvoorbeeld gebieden die een hoge mate van openbaarheid hebben, zoals oude bebouwingslinten en/of de toegangswegen tot de stad. De welstandsbeoordeling richt zich op het handhaven of gericht veranderen en verbeteren van de basiskwaliteit van het gebied. Daarbij wordt zorgvuldig gekeken naar de invloed op de omgeving en de architectonische uitwerking van het bouwplan. Detaillering en materialisering worden op hoofdlijnen bekeken. Bij deze beoordeling gelden de volgende aandachtsvelden: Relatie met de omgeving. Het bouwplan op zichzelf. De detaillering (waar van essentieel belang). Welstandsniveau 3: soepele toetsing In deze gebieden worden bouwplannen alleen op hoofdlijnen getoetst. Burgers worden gestimuleerd om mee te bouwen aan de ruimtelijke kwaliteit van hun omgeving. Het welstandsbeleid is gericht op het handhaven van de basiskwaliteit van het gebied. De basiskwaliteiten worden per gebiedstype benoemd en vertaald in welstandcriteria. Bij de welstandstoets wordt vooral gekeken of het bouwplan zijn omgeving niet verstoort. Een beoordeling van het bouwplan op zichzelf staand vindt in principe alleen plaats indien dit van belang wordt geacht voor behoud van de bestaande kwaliteit cq. basiskwaliteit van het gebied. Alleen in uitzonderlijke en te motiveren gevallen zullen kozijnindelingen en detailleringen meegenomen worden in de beoordeling. Bij deze beoordeling gelden de volgende aandachtsvelden: Relatie met de omgeving. Het bouwplan op zichzelf (alleen indien van belang voor behoud van de bestaande kwaliteit cq. basiskwaliteit). De detaillering (alleen in uitzonderlijke, te motiveren gevallen).

Rechtspraak bij dit artikel