Welstandsniveaus 1 en 2
Voor alle bebouwing direct in het zicht vanaf de dijk geldt welstandsniveau 1: bijzondere toetsing. Voor de overige bebouwing in het buitengebied geldt welstandsniveau 2, reguliere toetsing.
Gebiedsbeschrijving
De bebouwing langs de dijk bestaat voornamelijk uit voormalige boerderijen die omgevormd zijn tot woning en uit andere dijkwoningen. Ze bevinden zich op relatief grote afstand van elkaar verspreid langs de dijken. Het complete beeld van de dijk is open en groen, gecombineerd met royale kavels en individuele woningen.
De bebouwing bestaat grotendeels uit woningen van één à twee lagen met kap, al dan niet met oorspronkelijke rietkap. Vaak bestaat de bebouwing op een kavel uit een hoofdgebouw met (meerdere) bijgebouwen. De rommelige indruk die dit heeft is tot op bepaalde hoogte karakteristiek voor dijkbebouwing.
De “bijzondere” bebouwing in het buitengebied van Westervoort bestaat voornamelijk uit grote bedrijven die als eilanden in het buitendijkse gebied van de gemeente liggen.
Voormalige steenfabriek Korevaar
Putman Recycling
Betonfabriek Westervoort Beton
Verstoring van het bebouwingsbeeld komt voornamelijk voor bij niet agrarische- of woonfuncties. Het uitgangspunt is dat de bebouwing geschikt is voor de plek en een positieve bijdrage levert aan de omgeving. Het gaat om op zich staande bebouwingsensembles (steenfabriek, bedrijven) in het buitengebied. Ook bijgebouwen kunnen het beeld verstoren, vooral als de verhouding tussen bebouwd en onbebouwd scheef ligt.
Waardebepaling, ontwikkeling en beleid
Naast de historische linten en oude kernen bevindt de oudste bebouwing zich aan de Rijn- en IJsseldijk. Deze dijken met hun verspreid aanwezige historische (agrarische) bebouwing hebben een cultuurhistorische waarde. Dit karakteristieke woongebied moet zoveel mogelijk intact worden gehouden. Alle ingrepen, zoals het toevoegen van be- bouwing, maar ook wijzigingen van bestaande bebouwing moeten zorgvuldig op de situatie worden afgestemd.
Het ruimtelijke karakter is gebaseerd op de gegroeide kleinschaligheid, individualiteit en diversiteit. De rust, de kwaliteit van bebouwde en onbebouwde ruimte en de verhouding hiertussen is essentieel. Naast de bebouwde is ook de onbebouwde ruimte van groot belang.
Welstandscriteria
Veel voorkomende kleine bouwwerken worden getoetst aan de standaard sneltoetscriteria.
Situering
De panden dienen te worden gericht naar de openbare ruimte.
Bestaande doorzichten worden gehandhaafd.
De afstanden tussen de gebouwen onderling geven een open bebouwingsbeeld.
Het straatbeeld is open.
Het straatbeeld is een mix van meerdere woningtypes.
Gebouwen of gebouwencomplexen zijn zelfstandige objecten in de ruimte.
Massa en vorm
Gebouwen zijn individueel en afwisselend.
Het bouwwerk conformeert zich wat betreft massa en hoofdvorm aan de bebouwing in de omgeving.
De kappen zijn wisselend georiënteerd.
Het bouwwerk heeft een forse kap, een duidelijk geprofileerde lijst en een dakoverstek.
Symmetrieën in massa, kapvorm en gevelindeling zijn het uitgangspunt.
De vorm van de hoofdmassa is herkenbaar.
Aan- en bijgebouwen staan aan de achtergevel.
Gevels
De maatverhoudingen van bestaande gevelopeningen worden gehandhaafd.
Herhalingen in ornamentiek, gevelritmiek en symmetrie zijn het uitgangspunt.
Zijgevels die zichtbaar zijn van af de openbare ruimte worden behandeld als voorgevels.
Toegevoegde elementen zelfstandig vormgeven in lijn met de architectuur van het geheel.
Kleur-, materiaalgebruik en detaillering
De materialisering sluit aan op die van de bebouwing in de omgeving.
Het oorspronkelijke materiaal- en kleurgebruik zijn het uitgangspunt.
Aardkleuren bepalen het aanzicht van de hoofdvlakken.
Daken zijn afgedekt met donkere of rode dakpannen.
Het materiaalgebruik van aan- en bijgebouwen is afgestemd op dat van het hoofdgebouw.
De detaillering van aan- en bijgebouwen is afgestemd op die van het hoofdgebouw.
Afwerking erven
Het privé erf gaat geleidelijk over in het openbare groen.
Voorerven en in het zicht komende zijerven worden minimaal verhard.
De inrichting van het erf aan voorzijde is bij voorkeur in samenhang met de bebouwing ontworpen en heeft een representatief karakter
Voormalige steenfabriek Korevaar, gezien vanaf de A12
Voormalige stortplaats Putman
A12 – Bijzonder welstandsniveau
Voornoemd gebied wordt doorkruist met de A12. De Federatie Welstand heeft eindcon- cept opgesteld t.b.v. een paragraaf voor welstandsnota’s van gemeenten langs de rijksweg A12 met als doel een gemeentegrens overschrijdende kwaliteitsborg van het routeontwerp A12, zowel van de weg zelf als de omgeving.
In de paragraaf “Welstandsbeleid Regenboogroute A12 Gemeente Westervoort” worden 11 deelgebieden onderscheiden, waarvan er twee het grondgebied van Westervoort raken:
1. IJsseldal: Dat wordt gekenmerkt door het contrast tussen het rivierlandschap en de stuwwal (Veluwezoom). Het beeld van de rivier en de uiterwaarden tussen de bandijken is relatief open. Kenmerkende punten in het landschap zijn de bult van Putman en de voormalige steenfabriek met schoorsteen van Korevaar. De dijk langs de IJssel vormt een kenmerkende lijn. De doelstelling is dat voornoemd contrast bij de ontwikkeling van dit deelgebied in evenwicht zal moeten blijven en dat terughoudend zal moeten worden omgegaan met nieuwe aansluitingen.
2. De Liemers: Binnen dat gebied wordt de passage Duiven/Westervoort onderscheiden. Tussen de Giesbeekseweg en de Rivierweg liggen bedrijventerreinen ter weerszij- den van de A12, dat grenst aan het Westervoorts grondgebied. De doelstelling hierbij is het handhaven en versterken van de plaatselijke differentiatie in wonen, werken, recreatie en natuur.
Gebiedscriteria
Naast de voornoemde welstandscriteria worden de volgende criteria gehanteerd:
Het zicht vanaf de weg op het lager gelegen aangrenzende landschap en het behoud en versterking van het landschap staat centraal.
De voormalige steenfabriek met schoorsteen is richtinggevend voor de indentiteit binnen het aangrenzende gebied. Gestreefd wordt naar handhaving van de historische gebouwen.
Opschriften en reclame gericht op de weg zijn niet toegestaan.
De vormgeving en kleurstelling van de brug met hekwerken, vangrails e.d. moet geen aandacht trekken van de weggebruiker en rust en samenhang vertonen.
Eventueel te plaatsen geluidsschermen dienen niet gesloten te zijn.
Naast deze punten zal – met behoud voor kwaliteit – zoveel mogelijk rekening worden gehouden met de door de aangrenzende gemeenten te hanteren criteria.
Gezien het relatief kleine aangrenzende gebied wordt niet de volledige paragraaf toege- voegd aan de welstandsnota maar wordt volstaan met voornoemde criteria en wel met de intentie om zoveel mogelijk rekening te houden met onderhavige paragraaf c.q. welstandsbeleid.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.7