**1..** Het is belangrijk dat inwoners zo lang mogelijk zelfstandig kunnen wonen, de normale dagelijkse activiteiten kunnen doen en een huishouden kunnen voeren. Dat is in de eerste plaats een verantwoordelijkheid voor de inwoner zelf. Het kan zijn dat een inwoner hulp nodig heeft, vanwege een beperking of door een langdurig psychisch of psychosociaal probleem. De inwoner kan aan de gemeente hulp vragen als hij zelf geen oplossing kan vinden voor zijn problemen. De hulp kan verschillende vormen hebben. Gaat het om hulp-op-maat, dan zijn er wel enkele voorwaarden. Die zijn te vinden in artikel 2.3.2. De hulp moet daarnaast langdurig nodig zijn, tenzij het gaat om hulp bij huishouden (huishoudelijke ondersteuning). Als de inwoner beschermd wonen of opvang nodig heeft, dan moet de hulp van de gemeente eraan bijdragen dat de inwoner zichzelf zo snel mogelijk weer kan redden in de samenleving.
**2..** De gemeente geeft alleen hulp-op-maat, als dat nodig en passend is. De inwoner kan daarom in elk geval geen hulp krijgen, als:
- - de inwoner zijn problemen zelf of met behulp van zijn omgeving kan oplossen of verminderen door zijn dagelijks leven anders te organiseren, bijvoorbeeld bij de huishoudelijke taken;
- - het gaat om vervanging van een voorziening die door de gemeente is verstrekt, en de normale afschrijvingstermijn is nog niet verstreken. Een vervangende voorziening is wel mogelijk, als:
- - de eerder afgegeven voorziening onbruikbaar is geworden, en dat kan de inwoner niet toegerekend kan worden, of
- - de inwoner geheel of gedeeltelijk tegemoetkomt in de veroorzaakte kosten.
- - de voorziening niet noodzakelijk was geweest wanneer de inwoner rekening had gehouden met de aard, omvang en ontwikkeling van zijn beperkingen.