De aanbieder verstrekt aan het college vóór 1 augustus van het jaar waarop de subsidie betrekking heeft een opgave van het aantal peuters en VVE peuters dat in de periode 1 januari t/m 30 juni van dat jaar heeft deel genomen aan VVE-aanbod en peuteropvang. Deze opgave bevat de volgende gegevens:
de gehanteerde uurprijs van de aanbieder voor peuteropvang met als maximum het landelijk uurtarief;
de start- en einddatum van de deelname aan VVE-aanbod/peuteropvang per peuter;
hoeveel uren er is deelgenomen aan VVE-aanbod/peuteropvang per peuter.
De aanbieder verstrekt aan het college vóór 1 maart van het jaar na het jaar waarop de subsidieverlening betrekking heeft een opgave van het aantal peuters en VVE peuters dat in de periode 1 juli t/m 31 december van het jaar waarop de subsidieverlening betreft heeft, heeft deel genomen aan VVE-aanbod en peuteropvang. Deze opgave bevat de volgende gegevens:
de gehanteerde uurprijs van de aanbieder voor peuteropvang met als maximum het landelijk uurtarief;
de start- en einddatum van de deelname aan VVE-aanbod/peuteropvang per peuter;
hoeveel uren er is deelgenomen aan VVE-aanbod/peuteropvang per peuter.
De aanbieder maakt bij het doen van opgave als bedoeld in dit artikel gebruik van het door het college daarvoor vastgestelde formulier.
Artikel 8
Rapportage
Onderdeel van Nadere regels peuteropvang en voorschoolse educatie gemeente Renkum 2020