Naar hoofdinhoud
Het college verstrekt voor de eerste 7 maanden van het jaar waarop de subsidieverlening betrekking heeft een voorschot op basis van de opgave die de aanbieder heeft gedaan volgens artikel 5 lid 3a. Het college verstrekt voor de laatste 5 maanden van het jaar waarop de subsidieverlening betrekking heeft een voorschot op basis van de opgave die de aanbieder heeft gedaan volgens artikel 8 lid 1. Artikel 10 Subsidievaststelling Een aanvraag tot vaststelling van de subsidie peuteropvang en VVE-aanbod wordt ingediend voor 1 juli volgend op het kalenderjaar waarvoor de subsidie is verleend. De aanvraag tot vaststelling subsidie peuteropvang gaat vergezeld van een activiteitenverslag en een financieel verslag. De aanbieder voegt een overzicht toe met de volgende gegevens van het jaar waarop de subsidieverlening betrekking heeft: de gehanteerde uurprijs van de aanbieder voor peuteropvang; de start- en einddatum van de deelname aan peuteropvang per peuter; hoeveel uren er is deelgenomen aan peuteropvang per peuter; wat de ouderbijdrage was per peuter; welk deel van het uurtarief er voor subsidie in aanmerking komt per peuter; het totaal aantal peuters dat in het jaar van de subsidieverlening deelnam aan peuteropvang. De aanvraag tot vaststelling subsidie VVE-aanbod gaat vergezeld van een activiteitenverslag en een financieel verslag. De aanbieder voegt een overzicht toe met de volgende gegevens van het jaar waarop de subsidieverlening betrekking heeft: de start- en einddatum van de deelname aan VVE-aanbod per VVE-peuter; het aantal uren dat is deelgenomen aan VVE-aanbod per VVE-peuter; per peuter of hun ouders wel/niet in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag; bij peuters waarvan ouders geen kinderopvangtoeslag ontvangen, per peuter wat de ouderbijdrage was; welk deel van het uurtarief voor subsidie in aanmerking komt per peuter; het totaal aantal VVE-peuters dat deelnam aan VVE-aanbod. De aanbieder overlegt desgevraagd tot 2 jaar na het jaar waar de subsidieverlening betrekking op heeft aan het college: bewijsstukken waaruit blijkt dat rechtmatig aanspraak gemaakt wordt op peuteropvang of VVE-aanbod, zoals een ouderverklaring waaruit blijkt dat er geen recht is op kinderopvangtoeslag en een indicatie de gesteld is door de jeugdverpleegkundige; bewijsstukken waaruit blijkt dat de ouderbijdrage op de juiste manier is vastgesteld, zoals een inkomensverklaring van de belastingdienst. Het in artikel 6 lid 1 sub c en lid 2 sub c en d bepaalde is op de vaststelling onverminderd van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel