Inzake de overdracht van erfpachtrechten dan wel appartementsrechten met een niet-woonbestemming aan niet-corporaties, wordt het volgende bepaald:
Overdracht van erfpachtrechten dan wel appartementsrechten met een niet-woonbestemming, is mogelijk voor zover de Algemene Bepalingen voor voortdurende erfpacht van 1937, 1955, 1966, 1994 of 2000, dan wel de Algemene bepalingen voor eeuwigdurende erfpacht 2016 hierop van toepassing zijn.
Wanneer op de over te dragen erfpachtrechten dan wel appartementsrechten met niet-woonbestemmingen de AB1998 van toepassing zijn, is overdracht slechts mogelijk nadat het erfpachtrecht is overgegaan naar de AB2000, op de in dit artikel omschreven wijze; wanneer op de over te dragen erfpachtrechten dan wel appartementsrechten met niet-woonbestemmingen Algemene bepalingen voor tijdelijke erfpacht van toepassing zijn, is overdracht slechts mogelijk nadat het erfpachtrecht is geconverteerd naar voortdurende erfpacht.
Wanneer de over te dragen appartementsrechten met niet-woonbestemmingen onderdeel uitmaken van een erfpachtrecht dat ook woonbestemmingen onder de AB1998 omvat, vindt beëindiging van de erfpacht plaats, direct gevolgd door een splitsing in appartementsrechten door de gemeente en “heruitgifte” van de appartementsrechten in erfpacht, waarbij het volgende van toepassing is:
Het gedeelte van het beëindigde erfpachtrecht dat sociale huurwoningen omvatte, wordt heruitgegeven als erfpachtrecht (omvattende meerdere appartementsrechten) waarop de AB1998 van toepassing zijn, waarbij het lopende tijdvak en de lopende betaalwijze ongewijzigd blijven;Het gedeelte van het beëindigde erfpachtrecht dat andere bestemmingen dan huurwoningen omvatte, wordt heruitgegeven als erfpachtrecht waarop de AB2000 van toepassing zijn voor de betreffende bestemming(en), waarbij het lopende tijdvak (mits niet langer lopend dan 50 jaar na de splitsing) en de lopende betaalwijze ongewijzigd blijven; indien de nog resterende looptijd langer is dan 50 jaar, wordt deze tot 50 jaar gemaximeerd.
Overdracht van een erfpachtrecht onder de AB1998 met een niet-woonbestemming is slechts mogelijk nadat het erfpachtrecht is overgegaan naar de AB2000, waarbij:
Het tijdvak, indien dit op het moment van omzetting langer dan 50 jaar doorloopt, wordt ingekort tot 50 jaar
Tijdvak en betaalwijze ongewijzigd blijven indien het tijdvak, op het moment van omzetting, langer dan 10, doch korter dan 50 jaar doorloopt
Het tijdvak, indien dit op het moment van omzetting korter dan 10 jaar doorloopt, wordt omgezet naar een nieuw 50-jarig tijdvak, tegen het actuele gemeentelijke grondprijsbeleid, waarbij het eventuele restant van een reeds betaalde afkoopsom wordt verrekend, op de wijze, zoals bedoeld in artikel 24 van dit besluit; voor het nieuwe 50-jarige AB2000-tijdvak kan de erfpachter desgewenst kiezen voor canonbetaling.
Indien het feitelijke gebruik van het perceel, op het moment van overdracht niet overeenkomt met de in de erfpachtakte vastgelegde bestemming, moet voorafgaande aan de overdracht ofwel de erfpachtrechtelijke bestemming worden aangepast (voorzover dit publiekrechtelijk mogelijk is), ofwel het gebruik in overeenstemming gebracht worden met de erfpachtrechtelijke bestemming.
Indien de overdracht plaatsvindt door een Corporatie aan een aan haar gelieerde niet-DAEB-entiteit, zijn de leden b, c en d van dit artikel van overeenkomstige toepassing.
Artikel 31