Naar hoofdinhoud

Artikel 4.

Strafbare feiten in of vanuit het pand

Onderdeel van Beleidsregel toezicht bedrijfsmatige activiteiten 2020

Bedrijfsmatige activiteiten in een pand, branche of gebied worden onder andere aangewezen als vergunningplichtig bij (vrees voor) verstoring van de openbare orde of het plegen van strafbare feiten. Er wordt streng opgetreden tegen bedrijven waar dergelijke praktijken plaatsvinden. Van exploitanten wordt verwacht dat zij ervoor zorgen dat in hun bedrijf geen strafbare feiten plaatsvinden. Onder strafbare feiten worden in elk geval (niet uitsluitend) de volgende feiten verstaan: heling; verkoop van gestolen, illegale of niet veraccijnsde producten; illegale kansspelen; underground banking; aanwezigheid van een vuurwapen. Wordt met een vuurwapen geschoten, dan is er sprake van een ernstig geweldsincident en wordt gehandhaafd volgens artikel 13 in deze matrix. Dit geldt ook wanneer met een vuurwapen wordt gedreigd of als deze ter hand wordt genomen; aanwezigheid van een handelshoeveelheid drugs. Bij het bepalen of de hoeveelheid drugs die wordt aangetroffen een handelshoeveelheid is, gaat de burgemeester uit van de richtlijnen die het Openbaar Ministerie hierover heeft opgesteld. Bij middelen volgens lijst I van de Opiumwet (harddrugs) gaat het om een hoeveelheid groter dan 0,5 gram of één pil of tablet. Bij middelen volgens lijst II van de Opiumwet (softdrugs) gaat het om een hoeveelheid groter dan 5 gram; drugshandel; mensenhandel; tewerkstellen van illegalen, zijnde werknemers zonder geldige titel voor het verrichten van arbeid. Indien er sprake is van strafbare feiten in of vanuit het pand, treft de burgemeester de volgende maatregelen: 1e constatering: sluiten van het bedrijf voor 3 maanden; 2e constatering: sluiten van het bedrijf voor 6 maanden en intrekken van de vergunning bedrijfsmatige activiteiten. Als de feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven, kan de burgemeester besluiten dat een sluiting niet noodzakelijk is, bijvoorbeeld als de exploitant van het bedrijf geen verwijt valt te maken en hij of zij overtuigend kan aantonen dat hij of zij maatregelen treft die herhaling voorkomen én dat door de maatregelen de openbare orde en veiligheid zijn hersteld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel