Een exploitant van het bedrijf is niet in enig opzicht van slecht levensgedrag. Ook verwacht de burgemeester dat de exploitant gekwalificeerd personeel aanstelt en de leiding over zijn bedrijf in handen geeft van personen aan wie deze leiding kan worden toevertrouwd.
Wanneer de burgemeester constateert, dat de exploitant of leidinggevenden in enig opzicht van slecht levensgedrag zijn, bijvoorbeeld op basis van betrok¬kenheid bij georganiseerde en ondermijnende criminaliteit, kan hij de verplichte vergunning bedrijfsactiviteiten intrekken dan wel wijzigen door de leidinggevende hiervan te verwijderen.
Bij de beoordeling of iemand in enig opzicht van slecht levensgedrag is, zijn er landelijk op voorhand geen beperkingen gesteld aan de feiten of omstandigheden die bij de beoordeling van het levensgedrag mogen worden betrokken. In de vergunningprocedure vraagt de burgemeester relevante informatie op bij de politie en justitie. Deze relevante feiten en gedragingen dienen van een zodanig gewicht te zijn dat de burgemeester op basis hiervan zich in redelijkheid op het standpunt kan stellen dat een betrokkene van slecht levensgedrag is. In het besluit dient slecht levensgedrag zeer goed gemotiveerd te worden. Van belang is onder meer hoeveel strafbare feiten zijn gepleegd en wanneer deze strafbare feiten zijn gepleegd. Het hoeft niet te gaan om strafbare feiten waarvoor de persoon is veroordeeld. De burgemeester kan op basis van andere feiten en omstandigheden besluiten de vergunning te weigeren, omdat de leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is. Het moeten wel zogenaamde “harde feiten” zijn. Geruchten over iemands levensgedrag zijn onvoldoende. Aan de feiten moeten documenten ten grondslag liggen, zoals processen-verbaal en/of andere politierapporten, waarvan de burgemeester op de hoogte is gesteld. De exploitant heeft de mogelijkheid om bezwaar en beroep aan te tekenen tegen het besluit van de burgemeester. Gedragingen (niet limitatief) die de burgemeester in ieder geval meeweegt zijn:
de hierboven onder artikel 4 lid 2 genoemde strafbare feiten;
deelname aan een criminele organisatie;
valsheid in geschrifte;
overlast;
oplichting;
schijnbeheer;
illegale exploitatie;
overtreden van geluidsnormen;
illegale bewoning.
Indien er sprake is van slecht levensgedrag, treft de burgemeester de volgende maatregelen:
ondernemer van slecht levensgedrag:
intrekken vergunning bedrijfsactiviteiten;
beheerder van slecht levensgedrag:
wijzigen vergunning bedrijfsactiviteiten door verwijderen leidinggevende.
Herhaling van constateringen dat leidinggevenden van slecht levensgedrag zijn, kan ertoe leiden dat de burgemeester zijn vertrouwen verliest in de exploitant en dienovereen¬komstig maatregelen treft (zie artikel 12). Tevens kunnen er omstandigheden zijn waarin de burgemeester aanleiding ziet om opnieuw Bibob-onderzoek te doen naar de onderneming.