**1..** De in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar legt een voorlopige aanslag op, indien het bedrag waarop de aanslag vermoedelijk zal worden vastgesteld, na verrekening van voorheffingen en reeds opgelegde voorlopige aanslagen, zulks naar zijn mening rechtvaardigt.
**2..** De bepaling van het bedrag van een voorlopige aanslag die wordt vastgesteld in het tijdvak waarover de belasting wordt geheven, dan wel na het tijdstip waarop de belastingschuld is ontstaan kan voor de toeristenbelasting geschieden op grond van 75% van het aantal overnachtingen waarop de definitieve aanslag van het voorgaande belastingjaar is gebaseerd, maar deze aanslag zal niet hoger mogen zijn dan het bedrag waarop de aanslag over het belastingjaar waarschijnlijk zal worden vastgesteld. Indien belastingplichtige dit kan aantonen, dan zal de voorlopige aanslag voor een lager bedrag worden vastgesteld.
**4..** De voorlopige aanslag wordt na 31 mei van het belastingjaar opgelegd.
**5..** Voorlopige aanslagen worden niet opgelegd wanneer het aantal defintieve overnachtingen van het voorgaande belastingjaar minder dan 200 bedraagt.
Artikel 6
Voorlopige aanslag toeristenbelasting
Onderdeel van Uitvoeringsregeling gemeentelijke belastingen