Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.2

Rechtszekerheid: uitwerking van de wettelijke kaders

Onderdeel van Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders houdende regels omtrent evenementen (Evenementenbeleid 2020)

Vanuit het oogpunt van rechtszekerheid van zowel de organisator als vanuit de omwonenden, worden aan de hand van onderstaande onderwerpen de wettelijke kaders nader uitgelegd. Hierdoor weet de organisator, maar ook omwonenden, wat van hen wordt verwacht of wat zij kunnen verwachting. Deze onderwerpen zijn: wanneer is een vergunning vereist; geluid en evenementen; welke verkeersaspecten zijn van toepassing. Wanneer is een vergunning vereist Artikel 2:25 A van de APV geeft aan dat het verboden is om onder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een A-, B- of C-evenement te organiseren, toe te laten, feitelijk te leiden of daaraan deel te nemen. Het voorgaande geldt niet als met een melding kan worden volstaan. Artikel 2:24 van de APV geeft een omschrijving voor een evenement. Een evenementenvergunning is in ieder geval vereist bij alles wat aan festiviteiten plaatsvindt in de openlucht en/of in het openbaar gebied of plaatsen en gebouwen met een openbaar karakter die in principe niet voor deze festiviteiten bedoeld zijn. Besloten feesten vallen normaal gesproken niet onder de reikwijdte van de evenementenbepaling. Besloten feesten zijn feesten op eigen terrein, bijvoorbeeld een bruiloftsfeest of een bedrijfsfeest, waar aan de hand van uitnodigingenlijsten publiek aanwezig is en geen sprake is van voor het publiek toegankelijke verrichting van vermaak. Er moet dus sprake zijn van duurzaam onderling verband tussen het gezelschap onderling. Wanneer een feest een ‘besloten’ karakter heeft, maar er is vrije verkoop van toegangskaarten en/of reclame wordt gemaakt, is er wel sprake van een evenement. Evenementen in een horeca-inrichting of sociaal-cultureel centrum Voor evenementen, activiteiten en festiviteiten in een horeca-inrichting of sociaal-cultureel centrum is geen evenementenvergunning vereist, mits het gebruik past binnen het gebruik van de betreffende inrichting. Een andere meer incidenteel plaatsvindende activiteit dan het gelegenheid geven tot dansen (bijvoorbeeld het optreden van een band of bekende dj) kan wel als een evenement worden aangemerkt. Dit is ook het geval als er in een inrichting activiteiten plaatsvinden die een zodanige uitstraling op de omgeving hebben, dat voorschriften of beperkingen gesteld moeten worden in het kader van de openbare orde en veiligheid. Denk hierbij aan het aanstellen van extra beveiligers of verkeersregelaars om een en ander in goede banen te leiden of het creëren van extra parkeerplaatsen vanwege de grote toeloop. Invloed geluid De invloed van geluid op de omgeving van een evenement wordt op verschillende momenten en situaties anders ervaren. Daarom wordt geluid per verschillende situatie ook verschillend beoordeeld. Indicatoren daarbij zijn tijdstip, tijdsduur, locatie en samenloop met andere evenementen. Voor ieder evenement waarbij geluidsversterkende apparatuur wordt gebruikt is een ontheffing nodig op grond van artikel 4:6 van de APV. De aard van het evenement is voornamelijk bepalend voor de te ervaren hinder; een sportevenement waarbij via een geluidinstallatie slechts aankondigingen worden gedaan, of een kleinschalig optreden kennen ieder een andere impact op de omgeving en zijn daarmee lastig te vergelijken met bijvoorbeeld een muziekfestival of een dance-event waarbij de bastonen nog ver hoorbaar zijn. Standaard geluidsnormering Het maximaal toelaatbare geluidsniveau per evenement bedraagt LAeq² 70 dB(A) op de gevel van de dichtstbijzijnde woning. Het betreft overwegend kleinschalige activiteiten. De normering betreft het equivalente geluidniveau (LAeq): het gemiddelde geluidsniveau buiten gemeten over een bepaalde periode en ter hoogte van de gevel van de meest nabijgelegen woningen of andere geluidgevoelige bestemmingen. Organisatoren van grootschalige evenementen kunnen verzoeken om af te wijken van de standaard geluidsnormering. Voor deze afwijking is een geluidsrapport noodzakelijk wat door onze externe geluidsadviseurs beoordeeld wordt. Geluidsnormering in een inrichting De landelijke toelaatbare geluidsniveaus per evenement in een inrichting staan weergegeven in onderstaand tabel. 07.00-19.00 19.00-23.00 23.00-7.00 LAr,LT* op de gevel van gevoelige gebouwen 50 dB(A) 45 dB (A) 40 dB (A) LAr,LT in in- en aanpandige gevoelige gebouwen 35 dB (A) 30 dB (A) 25 dB (A) LAmax** op de gevel van gevoelige gebouwen 70 dB (A) 65 dB (A) 60 dB (A) LAmax in in- en aanpandige gevoelige gebouwen 55 dB (A) 50 dB (A) 45 dB (A) * LAr,LT (langtijdgemiddelde beoordelingsniveau): het gemiddelde van de afwisselende niveaus van het ter plaatse optredende geluid, gemeten in een bepaalde periode. ** LAmax (maximaal geluidsniveau): maximaal geluidsniveau gemeten in de meterstand «F» of «fast». Vaststelling en beoordeling gebeurt volgens de ‘Handleiding meten en rekenen industrielawaai’ van het ministerie van VROM (uitgave 1999). Tabel 1. Toelaatbare geluidsniveaus in een inrichting tijdens een evenement Preventie gehoorschade De GHOR adviseert bij evenementen, waarbij (harde) muziek ten gehorde wordt gebracht, over de te nemen maatregelen ter preventie van gehoorschade. Deze maatregelen kunnen als voorschrift of beperking in de vergunning worden opgenomen. Collectieve festiviteiten Collectieve festiviteiten zijn activiteiten die niet specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen is verbonden. Op grond van artikel 4:2 van de APV wijst het college per kalenderjaar collectieve festiviteiten aan, waardoor ondernemers, die vallen onder het Activiteitenbesluit milieubeheer, op die dagen meer geluid, dB(A), mogen produceren dan gebruikelijk het geval is. Dagen of dagdelen die in aanmerking komen voor aanwijzing zijn algemeen erkende feestdagen, zoals bijvoorbeeld Oud- en Nieuw en Koningsdag of –nacht. Jaarlijks kan de gemeente via een aanwijzingsbesluit de collectieve festiviteiten en eindtijden vaststellen. Ten tijde van collectieve festiviteiten worden ook evenementen gehouden die onder het evenementenbeleid vallen. Voor de handhaafbaarheid en consistentie in de regelgeving gelden onder meer voor activiteiten tijdens collectieve festiviteiten de standaard normering van 70 dB(A), gemeten op de gevel van de dichtstbijzijnde geluidgevoelige gebouwen. Eindtijden Ter bescherming van het woon- en leefklimaat en in het bijzonder het woongenot moet worden gezorgd dat de nachtrust niet onevenredig wordt verstoord. Om het geleidelijk uitstromen van bezoekers van een evenement te reguleren, heeft het de voorkeur dat de muziek een half uur voor de eindtijd van het evenement stop of zachter wordt gezet. In tabel 2 zijn de eindtijden van een evenement vermeld, in tabel 3 staan de eindtijden van de muziek en drankverstrekking tijdens een evenement.1Bij terugkerende evenementen waarbij andere eindtijden gewenst zijn, kan afgeweken worden. Dag evenement Eindtijd evenement Maandag tot en met donderdag tot uiterlijk 23.00 uur Vrijdag en zaterdag tot uiterlijk 01.00 uur Zondag tot uiterlijk 23.00 uur Tabel 2. Eindtijden evenement Dag evenement Eindtijd muziek en drankverstrekking Maandag tot en met donderdag tot uiterlijk 22.30 uur Vrijdag en zaterdag tot uiterlijk 00.30 uur Zondag tot uiterlijk 22.30 uur Tabel 3. Eindtijden muziek en drankverstrekking Maximale bezoekersaantallen Het maximaal gelijktijdig aantal bezoekers is met name afhankelijk van de inrichting van het evenement in relatie tot het terrein. Mede bepalend zijn omvang en ligging van de locatie, ligging van de woningen, de uitstraling en het karakter van de locatie, de ondergrond, de bereikbaarheid, de vluchtroutes/-wegen en de mogelijkheden voor aan- en afvoer van materialen. Voor de bepaling van het maximaal gelijktijdig aantal bezoekers geldt in Hoeksche Waard voor ieder evenement de capaciteit van het beschikbare netto ruimtebeslag van de locatie Bepalend is daarbij de ruimte die nodig is voor de inrichting van het evenement, de benodigde facilitaire voorzieningen en de vrij te houden incident- en calamiteitenvoorzieningen. De gemeente Hoeksche Waard hanteert voor het bepalen van de maximale gelijktijdige publiekscapaciteit de gangbare veiligheidsmarge van 2,4 persoon per m² netto ruimtebeslag. In voorkomende gevallen zal extra aandacht gegeven moeten worden aan de begeleiding en routering van publieksstromen. Verkeer Het beheersen van de verkeersstromen is niet alleen van groot belang voor de veiligheid en het slagen van het evenement, het is minstens zo belangrijk ter beperking van verkeershinder en parkeeroverlast voor bewoners. Een goede beheersing van de verkeersstromen bij evenementen moet worden gerealiseerd, zodat hulpdiensten overal en altijd ter plaatse kunnen zijn/komen. Daarnaast moeten verkeersopstoppingen en verkeershinder worden beperkt en het reguliere gebruik van het wegenstelsel en de parkeervoorzieningen voor omwonenden en ondernemers zoveel mogelijk worden gewaarborgd. Ook moet er voldoende parkeergelegenheid zijn ten behoeve van bezoekers om parkeerexcessen te voorkomen. Het afsluiten van een weg ten behoeve van een evenement kan in de regel enkel plaatsvinden als er een redelijk alternatief is voor het doorgaand- en bestemmingsverkeer, de hulpdiensten en/of het openbaar vervoer. Bij een beslissing of een weg al dan niet afgesloten kan worden ten behoeve van een evenement, vindt een zorgvuldige belangenafweging plaats. Ook de belangen van omwonenden, ondernemers en/of andere instanties in de betreffende straat of het gebied. Bij grote evenementen ligt de verkeersregie bij de organisatie van het evenement. Dit wordt ook zo beschreven in de standaard verkeersplannen, waarna het plan een onderdeel uitmaakt van de vergunning. Slecht levensgedrag In de APV is opgenomen dat een aanvraag voor een vergunning voor het organiseren van een evenement kan worden geweigerd als de organisator c.q. vergunningsaanvrager in enig opzicht van slecht levensgedrag is. De eis van het niet in enig opzicht van slecht levensgedrag zijn is verder niet in de APV omschreven. Dat betekent dat voor de betekenis en reikwijdte van dit begrip gekeken wordt naar de jurisprudentie en het specifieke geval rond de betreffende persoon. Concrete feiten en omstandigheden zijn daarbij doorslaggevend. Ook de activiteiten die de organisator c.q. vergunningsaanvrager buiten het evenement (bijvoorbeeld thuis) uitvoert, mag in de beoordeling worden meegewogen. De burgemeester heeft een grote mate van beleidsvrijheid ten aanzien van wat slecht levensgedrag is. Van slecht levensgedrag is in ieder geval sprake als: een organisator c.q. vergunningsaanvrager is veroordeeld voor een gewelds- of zedendelict of voor mensenhandel; dit gedrag als misdrijf strafbaar is gesteld zoals illegale gokactiviteiten, illegale kansspelen, drugshandel en –teelt; eerder bij door de organisator c.q. vergunningsaanvrager in Hoeksche Waard of elders in het land sprake was van ongeregeldheden en/of verstoring van de openbare orde.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel