1.. Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling geldt een subsidieplafond van:

  • - € 60.000,00 voor subsidie zoals bedoeld in artikel 3, onder a., van deze regeling.
  • - € 60.000,00 voor subsidie zoals bedoeld in artikel 3, onder b., van deze regeling.
  • - € 150.000,00 voor subsidie zoals bedoeld in artikel 3, onder c., van deze regeling.

2.. Als ná beoordeling van alle aanvragen voor subsidie zoals bedoeld in artikel 3, onder a., van deze regeling en vóór het verstrijken van het tijdvak waarvoor deze subsidie bedoeld is, blijkt dat een deel het subsidieplafond voor deze subsidie niet is benut, dan wordt het subsidieplafond zoals bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder b., van deze regeling zonder aanvullend collegebesluit verhoogd met een bedrag dat gelijk is aan het resterende onbenutte deel.

3.. Het college kan een subsidieplafond verlagen als:

  • - het plafond wordt vastgesteld voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd, en
  • - de subsidieaanvragen waarop het subsidieplafond betrekking heeft, moeten worden ingediend voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd.

4.. Bij de bekendmaking van een subsidieplafond dat kan worden verlaagd overeenkomstig het vorige lid, wordt gewezen op de mogelijkheid van verlaging en de gevolgen daarvan voor reeds ingediende aanvragen.

5.. Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld. Bij de verleningsbeschikking wordt daarop gewezen.