De algemene- en bestemmingsreserves worden ingesteld door de Raad, als onderdeel van het onvervreemdbare budgetrecht. Voorts worden via de begroting c.q. begrotingswijziging door de Raad de mutaties in de reserves geaccordeerd. Ook wordt het doel van de bestemmingsreserves door de Raad bepaald of gewijzigd. Uitgangspunt is en blijft dat de Raad alle stortingen en onttrekkingen van de reserves moet autoriseren. In het kader van een flexibel begrotingsbeleid is het gebruikelijk om deze mutaties reeds in de primitieve begroting op te nemen.
De definities en het wettelijk kader inzake reserves zijn niet gewijzigd ten opzichte van de vorige nota. Wel heeft de aanpassing van aanverwante regelgeving invloed op de kaders van reserves.