Naar hoofdinhoud
3.1NGE-risicokaart Om een beter inzicht te krijgen in de aanwezigheid van NGE voor het gehele grondgebied van de gemeente Goirle heeft de gemeente een NGE-risicokaart laten opstellen, conform de eisen uit het WSCS-OCE (DR HVO-NGE - Goirle Risicokaart versie 1.0, ReasEuro, kenmerk: RO-170200, projectnummer 72652, 28 september 2017). De NGE-risicokaart geeft een beeld van de NGE-risicogebieden naar de situatie anno 1945 (gelijk na de oorlog). Voor deze kaart is uitgebreid historisch vooronderzoek naar de gevechtshandelingen gedaan en is op basis van feitelijk bronnenmateriaal geanalyseerd in welke gebieden sprake is van een verhoogde kans op de aanwezigheid van NGE. Uit de NGE-risicokaart blijkt dat na de Tweede Wereldoorlog voor nagenoeg het gehele gemeentelijk grondgebied sprake is van een verhoogde kans op aanwezigheid van NGE. Door bombardementen, die gericht waren op schijnvliegveld De Kiek en vliegveld Gilze-Rijen maar hun doel misten, zijn bommen binnen gemeente Goirle terechtgekomen. Ook tijdens de opmars van de geallieerden in 1944 is hevig gevochten rond de Turnhoutsebaan. Ook is de gemeente dagenlang beschoten met artillerievuur. Hierdoor kunnen binnen de gehele gemeente NGE van geschutmunitie worden aangetroffen. De NGE-risicokaart is opgenomen in bijlage 1. 3.2Inventarisatiekaart Zolang een gebied als NGE-risicogebied is aangemerkt, moet bij iedere bodemingreep een opsporingsonderzoek (detectie, eventueel gevolgd door benaderen en ruiming) worden uitgevoerd, tenzij de initiatiefnemer aan de hand van een projectgebonden risicoanalyse (PRA) kan aantonen dat het projectgebied niet meer verdacht is vanwege naoorlogse grondroeringen of dat de werkzaamheden geen invloed hebben op de mogelijk achtergebleven NGE. Na 1945 heeft de gemeente Goirle niet stilgestaan. Gebieden zijn ontwikkeld en er hebben ruimingen van NGE plaatsgevonden. Om vast te kunnen stellen in welke bodemlagen en gebieden sprake is van een verlaagd risico op de aanwezigheid van NGE heeft een inventarisatie plaatsgevonden. Om te kunnen bepalen tot welke diepte de bodem verdacht is op het aantreffen van NGE, is als eerste stap de penetratiediepte van de NGE bepaald. Aan de hand van de informatie over de NGE, de bodemopbouw en eventueel bij de gemeente aanwezige sonderingsgegevens zijn de NGE-verdachte gebieden in verticale richting afgebakend. Aan de hand van de onderstaande bronnen is vervolgens vastgesteld waar in de periode tussen 1945 en nu grondroeringen en ophogingen hebben plaatsgevonden: 1.. Informatie uit de BAG (Basisregistratie Adressen en Gebouwen): deze geeft inzicht in de ontwikkeling van de wijken en industrieterreinen. De informatie laat zien er sinds de Tweede Wereldoorlog uitgebreid gebouwd is in Goirle. In 1945 bestond de bebouwde kom uit de kernen van Goirle en Riel en losse bebouwing in het buitengebied. Sindsdien zijn veel woonwijken en bedrijventerreinen ontwikkeld. Ook binnen de oude kernen is veel nieuwbouw gerealiseerd. 2.. Ruimtelijke data van de gemeente over openbare wegen en openbaar groen. 3.. Informatie uit het gemeentelijk bodeminformatiesysteem (BIS) over uitgevoerde bodemsaneringen. 4.. Informatie uit ArchGIS over uitgevoerde archeologische opgravingen. 5.. Bestand met ontgrondingen waarvoor de provincie een ontgrondingsvergunning heeft verleend. 6.. De hoogtekaart op basis van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN)). Hiermee is gecontroleerd of de vergunde ontgrondingen ook daadwerkelijk zijn uitgevoerd. 7.. Interviews met medewerkers van de gemeente over de wijze van bouwrijp maken van wijken en industrieterreinen. Tevens is geïnventariseerd op welke locaties in het verleden spontaan NGE zijn aangetroffen bij bouwprojecten, agrarische grondroeringen, et cetera. Sinds 1971 zijn in totaal bij de EODD 169 meldingen van NGE gedaan. Deze vallen, op basis van de gegevens van de BAG, samen met de grootschalige bouwfasen van woonwijken en bedrijventerreinen. In de periodes tussen deze bouwfasen zijn slechts incidenteel NGE aangetroffen. Hierbij wordt aangetekend dat de exacte vindplaats vaak niet bekend is omdat de EODD de huispercelen van bijvoorbeeld agrarische percelen of soms zelfs het politiebureau als vindplaats heeft geregistreerd. Uit de interviews met de gemeente volgt dat bij weg- en rioolreconstructies geen NGE zijn aangetroffen. Voorts zijn de gebieden geïnventariseerd waar al explosievenonderzoek is uitgevoerd en waar vrijgave heeft plaatsgevonden. Hier is een zogenaamd Proces Verbaal van Oplevering (PVVO) opgesteld voor het vrijgegeven gebied. Het resultaat van de inventarisatie is vastgelegd op de Inventarisatiekaart in bijlage 2.

Rechtspraak bij dit artikel