**1.** Personen als bedoeld in artikel 3, eerste lid, zijn verplicht te voldoen aan een oproep van de commissie om als getuige of deskundige te worden gehoord.
**2.** Een getuige of deskundige die door de commissie wordt gehoord, is niet tevens lid van die commissie.
**3.** De getuigen zijn verplicht getuigenis af te leggen.
**4.** De deskundigen zijn verplicht hun diensten onpartijdig en naar beste weten te verlenen.
**5.** De commissie kan besluiten dat getuigen uitsluitend worden verhoord na het afleggen van een eed of belofte. Zij leggen dan in de vergadering van de commissie, in handen van de voorzitter, de eed of belofte af dat zij de gehele waarheid en niets dan de waarheid zullen zeggen.
**6.** De getuigen en deskundigen worden in een openbare zitting van de commissie gehoord. Plaats en tijd van de openbare zitting worden door de voorzitter tijdig ter openbare kennis gebracht.
**7.** De commissie kan om gewichtige redenen besluiten een verhoor of een gedeelte daarvan niet in het openbaar af te nemen. De leden en plaatsvervangende leden van de commissie en andere aan-wezigen bewaren geheimhouding over hetgeen hun tijdens een besloten zitting ter kennis komt.
**8.** Een getuige is gerechtigd zich tijdens het verhoor te laten bijstaan. Om gewichtige redenen kan de commissie besluiten, dat een getuige zonder bijstand wordt gehoord.
**9.** Verklaringen die zijn afgelegd voor de commissie kunnen, behalve in het geval van artikel 207, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, niet als bewijs in rechte gelden.