Het college subsidieert per uur per gecontracteerde (ve-)peuterplaats. Voor de in artikel 3 lid 1 genoemde doelgroepen gelden de volgende maximale subsidiebedragen:
voor de in artikel 3 lid 1 sub a en b genoemde doelgroep bedraagt de maximale subsidie per bezette peuterplaats per jaar: uren per week * aantal weken * subsidieuurtarief minus de geldende, berekende inkomensafhankelijke ouderbijdrage conform artikel 5 lid 3;
voor de in artikel 3 lid 1 sub c genoemde doelgroep bedraagt de maximale subsidie per bezette peuterplaats per jaar: uren per week * aantal weken * het fiscaal maximaal uurtarief minus een inkomensafhankelijke ouderbijdrage volgens de tabel Kinderopvangtoeslag van het Rijk;
Het subsidieuurtarief en de locatiesubsidie zijn bedoeld voor onder andere: het voldoen aan alle wettelijke eisen, de uitvoering van (ve-)activiteiten, materialen, huisvesting, coördinatie en managementuren, taakuren voor overdracht, signalering en oudergesprekken, scholing en professionalisering van de pedagogisch medewerkers.
Daarnaast kan er per gecertificeerd ve locatie een locatiesubsidie toegekend worden.
Het subsidieuurtarief voor 2021 voor ve bedraagt € 10,50.
Het subsidieuurtarief voor 2021 voor peuteropvang bedraagt € 8,46.
De locatiesubsidie voor 2021 bedraagt per ve gecertificeerde locatie €6.000.
Het college stelt jaarlijks de subsidie uurtarieven en locatiesubsidie vast op basis van de kinderopvangtoeslag tabel van het Rijk.
Het college behoudt zich het recht om bij de vaststelling van de subsidiebedragen af te wijken van het door het Rijk opgegeven fiscaal uurtarief.
Hoofdstuk
Artikel 4
Hoogte subsidiebedrag
Onderdeel van Beleidsregels voorschoolse educatie en peuteropvang gemeente Bunnik