Het college stelt jaarlijks het subsidieplafond vast gebaseerd op de specifieke uitkering Onderwijsachterstandenbeleid en de beschikbare middelen voor voorschoolse voorzieningen (peuteropvang). Dit in afwijking van hetgeen is bepaald in artikel 5 van de ASV.
Het subsidieplafond voor 2021 bedraagt voor ve € 57.330.
Het subsidieplafond voor 2021 voor reguliere peuteropvang bedraagt € 65.000. Indien het budget voor peuteropvang niet volledig wordt benut, dan wordt het restbedrag toegevoegd aan het subsidieplafond voor ve.
De verdeling van de in het tweede en het derde lid vermelde bedragen geschiedt volgens een aantal verdeelcriteria. Deze zijn in volgorde van prioriteit:
Aanvragen van houders voor een peuteropvanglocatie waarvoor deze houders in het jaar voorafgaand aan de aanvraag gemeentelijke subsidie peuteropvang en/ of voorschoolse educatie hebben ontvangen.
Aanvragen voor nieuwe peuteropvanglocaties van houders die in het jaar voorafgaand aan de aanvraag gemeentelijke subsidie voor peuteropvang en/ of voorschoolse educatie hebben ontvangen.
Aanvragen voor nieuwe peuteropvanglocaties van houders die in het jaar voorafgaand aan de aanvraag geen gemeentelijke subsidie voor peuteropvang en/of voorschoolse educatie hebben ontvangen.
Als er in de gevallen, vermeld onder b. en c. meerdere aanvragen zijn, waarvan het totaal aangevraagde bedrag het resterende budget uit het subsidieplafond overschrijdt, wordt het beschikbare budget gelijkelijk verdeeld over de betreffende aanvragen.
Hoofdstuk
Artikel 5
Subsidieplafond
Onderdeel van Beleidsregels voorschoolse educatie en peuteropvang gemeente Bunnik