In dit statuut wordt verstaan onder:
Treasury:
Het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële posities, de financiële geldstromen en de hieraan verbonden risico’s.
In de gemeentelijke context is deze definitie nog als volgt toe te lichten, uitgaande van de centrale bestuurlijke positie die de gemeenteraad in neemt.
“Sturen” is het proces waarbij het college van B&W richting geeft aan het realiseren van de (beleids)doelstellingen voor de treasuryfunctie die de raad heeft vastgesteld.
“Beheersen” betreft het stelsel van maatregelen, systemen en processen waardoor het college zorgdraagt voor het blijvend realiseren van de vastgestelde treasurydoelen.
“Verantwoorden” houdt in dat het college rekenschap aflegt over de uitkomsten van de opgedragen treasurytaken en over het gebruik van de gedelegeerde bevoegdheden daarvoor.
“Toezicht houden” is de controlerende activiteit die de gemeenteraad uitvoert om de resultaten van het treasurybeleid te kunnen beoordelen.
b.Treasuryfunctie:
b. Het geheel van activiteiten gericht op het sturen en beheersen van, het verantwoorden
over en het toezicht op de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s.
c.Treasurybeleid:
De uitgangspunten, doelstellingen, richtlijnen en limieten, de organisatorische en administratieve kaders, de informatievoorziening en de administratieve organisatie ter uitvoering van de treasuryfunctie. Dit kader wordt vastgelegd in het treasurystatuut.
d.Treasurybeheer:
De (beleids)uitvoering van de treasuryfunctie, binnen de kaders van het statuut. De uitvoering vindt zijn weerslag in de paragraaf Financiering van de begroting en het jaarverslag.
e.Treasurystatuut:
De infrastructuur voor de inrichting van de treasuryfunctie.
f.Treasurer
De door het college van B&W aangestelde medewerker van de Concernstaf, unit Planning en Control belast met treasury.
Daggeld
De term daggeld (ook wel callgeld genoemd) staat voor opgenomen of uitgezette middelen voor onbepaalde tijd, waarvan de hoeveelheid dagelijks gewijzigd kan worden.
Derivaten
Financiële instrumenten belichaamd in contracten waarin de voorwaarden zijn vastgelegd waartegen een transactie op een bepaald moment zal plaatsvinden of kan plaatsvinden en waarvan de waarde afhankelijk is van één of meer onderliggende activa, referentieprijzen of indices. Derivaten kunnen onder andere worden gebruikt om renterisico’s te sturen en financieringskosten te minimaliseren.
i.Kasgeldlening
Kasgeldleningenzijn niet verhandelbare leningen voor een vast bedrag en een vaste periode (maximaal 2 jaar) en tegen een vooraf overeengekomen periode en rentepercentage.
j.Kasgeldlimiet
Een bedrag op basis van de Wet Fido ter grootte van een percentage van het totaal van de jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het jaar
Kredietlimiet op rekening courant
Kredietlimiet op de rekening courant betreft de mogelijkheid debet (“rood”) te staan op de rekening courant tegen vooraf overeengekomen condities.
Liquiditeitenplanning
Een gestructureerd overzicht van de toekomstige inkomsten en uitgaven ingedeeld naar aard en tijdseenheid.
m.“Prudent”
In de Wet Fido wordt gesproken over prudente uitvoering van de treasury. Hoewel in de Wet Fido niet expliciet uitgesproken is wat onder prudent verstaan dient te worden, kan uit het geheel van de Wet Fido opgemaakt worden wat met prudent bedoeld wordt. In dit treasurystatuut wordt inhoud gegeven aan de term “prudent” door, conform de Wet Fido, het risicobeheersende karakter van de treasury als uitgangspunt te hanteren.
n.Rating
De inschatting van een ter zake deskundig bureau van de kans op eventuele wanbetalingen bij toekomstige rente- en aflossingsbetalingen op schuldpapier
Rentecompensatiecircuit
Ditis een systeem waarbij de (valutaire) debet en creditsaldi van alle rekeningen van een organisatie die bij een bank worden aangehouden, worden samengevoegd tot één gecombineerd saldo, waarover de rente wordt berekend.
Renterisiconorm
Een bij de aanvang van enig jaar op basis van de Wet Fido gefixeerd percentage van het totaal van de vaste schuld van de gemeente dat bij de realisatie niet mag worden overschreden.
q.Rentetypische looptijd
Het tijdsinterval gedurende de looptijd van een geldlening, waarin op basis van de voorwaarden van de geldlening sprake is van een door de verstrekker van de geldlening niet beïnvloedbare, constante rentevergoeding.
r Rentevisie
Een rentevisie is een onderbouwde toekomstverwachting over de renteontwikkeling, op basis waarvan een financierings- en beleggingsbeleid wordt gevoerd.
s.Solvabiliteitsratio van 0%
Status die door een bancaire toezichthouder in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte (E.E.R. = lidstaten van de Europese Unie uitgebreid met Noorwegen, IJsland en Liechtenstein) aan het schuldpapier van een instelling kan worden toegekend. Zie ook de toelichting bij artikel 7 lid 3.3 in de Memo van Toelichting.