Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 4.

Renterisicobeheer

Onderdeel van Treasurystatuut 2008

1.. Onder renterisicobeheer wordt verstaan het beheersen van risico’s die voortvloeien uit veranderingen in de financiële resultaten van de gemeente als gevolg van rentewijzigingen. 2.. Doelstellingen: 1.. Het beperken van het risico dat op een ongunstige rentestand nieuwe leningen aangetrokken dienen te worden of uitzettingen plaatsvinden. 2.. Het beperken van het risico dat op een ongunstige rentestand renteherziening van lopende leningen dient plaats te vinden. 3.. Het minimaliseren van het risico dat niet geprofiteerd kan worden van een gunstige renteontwikkeling. 4.. Het minimaliseren van de rentekosten en het optimaliseren van de rentebaten binnen de vooraf gestelde bandbreedte. 5.. Het optimaal gebruik maken van gunstige renteontwikkelingen. 3.. Richtlijnen: 1.. De renterisico’s op de vaste schuld (= schuld langer dan 1 jaar) bedragen maximaal de bij de Wet Fido vastgestelde renterisiconorm. 2.. De renterisico’s op de vlottende schuld (= schuld van maximaal 1 jaar) worden beperkt door de netto vlottende schuld te beperken tot maximaal de bij de Wet Fido vastgestelde kasgeldlimiet. 3.. De rentevisie van de gemeente wordt ieder kwartaal opgesteld op basis van de rentevisie van minimaal drie vooraanstaande financiële instellingen; daarbij wordt een meerjarige doorkijk voor vier jaren opgesteld en indien nodig in de begroting bijgesteld. 4.. Nieuwe leningen of uitzettingen worden afgestemd op de bestaande financiële positie, de rentevisie en de liquiditeitenplanning. 5.. Derivaten worden uitsluitend gebruikt voor het afdekken van financiële risico’s, waarbij altijd een gesloten positie vereist is.

Rechtspraak bij dit artikel