Het voornemen van burgemeester en wethouders om een particulier graf, algemeen graf of kindergraf of een urnennis te ruimen, wordt gedurende tenminste een jaar, voorafgaande aan het tijdstip waarop het graf of de nis geruimd zal worden, bekendgemaakt op een bij het te ruimen graf of bij het columbarium te plaatsen bordje en tevens door een mededeling op het mededelingenbord van de begraafplaats.
Burgemeester en wethouders stellen verder de volgende personen behoorlijk per brief van hun voornemen tot ruiming op de hoogte:
de rechthebbende op een particulier graf of particuliere urnennis;
de correspondent van een algemeen graf of algemene urnennis;
indien deze niet dezelfde persoon is als bedoeld onder a of b: de echtgenoot of levenspartner van de overledene van wie de stoffelijke resten of as zal worden geruimd;
bij afwezigheid van de personen als bedoeld onder a, b of c: tenminste één bloed- of aanverwant tot en met de derde graad van de overledene van wie de stoffelijke resten of as zal worden geruimd.
Indien de woon- of verblijfplaats van de onder a, b, c of d genoemde personen niet aan hen bekend is, stellen burgemeester en wethouders hiernaar een onderzoek in.
De kennisgeving per brief, zoals bedoeld in het vorige lid, vindt plaats twaalf weken voorafgaande aan het tijdstip waarop het graf of de urnennis zal worden geruimd. Indien gedurende deze periode van twaalf weken geen reactie van tenminste één van de in het vorige lid bedoelde personen is ontvangen, wordt het voornemen gepubliceerd in een plaatselijk nieuwsblad en wordt het ruimen van het graf of de urnennis voor een periode van twaalf weken uitgesteld.
De rechthebbende van een particulier graf kan bij de beheerder een aanvraag indienen om de menselijke resten te doen verzamelen om deze opnieuw in dezelfde grafruimte te doen plaatsen dan wel om deze te laten cremeren of elders opnieuw te doen begraven. De rechthebbende van een particuliere urnennis kan bij de beheerder een aanvraag indienen om de asbus ter beschikking te houden, teneinde deze elders bij te zetten of om de as te doen verstrooien.
De ruiming van een graf of de urnennis vindt plaats:
nadat op een aanvraag als bedoeld in het vorige lid definitief is beschikt;
nadat van de personen, genoemd in lid 2 een schriftelijke mededeling is ontvangen dat zij geen aanvraag als bedoeld in het vorige lid zullen indienen.
Indien aan het einde van de periode van twaalf weken na publicatie als bedoeld in lid 3 geen aanvraag of mededeling wordt ontvangen, vindt eveneens ruiming van het graf plaats.
Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels vaststellen ten aanzien van:
het herbegraven van de in een te ruimen graf nog aanwezige stoffelijke resten van overledenen;
het verstrooien van de in een te ruimen graf of urnennis aanwezige as.
HOOFDSTUK 6
Artikel 25
Bekendmaking van het voornemen tot ruiming
Onderdeel van Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen voor de gemeente Bodegraven-Reeuwijk 2014