Het beheer van een gemeenschappelijke fietsenberging voldoet minimaal aan de volgende voorwaarden:

1. Privaatrechtelijk is vastgelegd dat ieder appartement het aantal fietsplekken heeft conform deze beleidsregel, gekoppeld aan de woningen;

2. Het huishoudelijke reglement bevat bij ingebruikname afspraken over gebruik en beheer;

3. Een collectieve fietsenstalling omvat de fietsplekken voor maximaal 100 woningen;

4. Bij meer dan 100 woningen is het aantal fietsplekken per collectieve stalling ongeveer gelijk en zijn de stallingen toegewezen aan het deel van de woningen waarvoor ze bestemd zijn;

5. De bewoners van het woongebouw kunnen naar redelijkheid en billijkheid beschikken over een plaats in de stalling voor scootmobielen in verband met gewenste levensloopbestendigheid van de woningen;

6. De toekomstige bewoners worden door de vergunninghouder erop gewezen dat gelijkwaardigheid is toegepast.