Energiebesparing valt op dit moment bij de grotere datacenters niet onder de werkingssfeer van de Wet milieubeheer, maar wordt geregeld via de Nederlandse Emissiehandel (NEA), zie bijlage 3. In het kader van de Omgevingswet vindt door het Rijk onderzoek naar de precieze toekomstige doelgroepen die blijven vallen onder de werkingssfeer van de NEA. Afhankelijk van de uitkomst van deze discussie, zal de realisatie van besparing bij grotere datacenters wel of niet onder de Omgevingswet vallen dan wel onder de werkingssfeer van de NEA blijven vallen.
Datacenters zijn grote gebruikers van elektriciteit. Energiebesparing leidt tot grote milieuwinst en een verminderde vraag naar duurzame opgewekte elektriciteit. Tegelijkertijd kan forse besparingen leiden tot lagere capaciteitsbehoefte op het elektriciteitsnet.
Lower Energy Acceleration Program (LEAP)
De Amsterdam Economic Board, NLdigital, Green IT Amsterdam, Rijksdienst voor Ondernemend Nederland en de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied zijn het Low Energy Acceleration Program (LEAP) gestart. Samen met bedrijven uit de datacenterketen, kennisinstellingen, de overheid en ondersteund door de DDA gaat deze coalitie aan de slag om energiebesparing met ICT binnen datacenters te realiseren en zo in een hoger tempo een duurzame digitale economie te realiseren.
Het doel van LEAP is een lonkend perspectief te bieden voor het invoeren van (nieuwe) technieken en het versnellen van ontwikkelingen die kunnen leiden tot energiereductie met ICT binnen datacenters. We doen dit om een positieve impuls te geven aan een duurzame en toekomstbestendige groei van de sector. De toegevoegde waarde van LEAP is de focus op samenwerking in de keten.
Binnen LEAP wordt aan twee sporen gewerkt:
Het realiseren van energiebesparing naar verwachting tussen 20% – 40% met bestaande technologie, zoals het energie-efficiënt inregelen van servers door power management en virtualisatie - voor eind 2022
Het versnellen van energiebesparing op midden- en langere termijn door middel van innovatieve oplossingen.
In de eerste fase gaan 20 coalitiepartners in pilots onderzoeken wat de mogelijkheden voor energiebesparing zijn, zonder prestatieverlies. Meetinstrumenten voor de objectieve en structurele monitoring en analyse van het energieverbruik in relatie tot de prestaties is onderdeel van LEAP.
De resultaten van deze pilots bieden inzicht in de potentiële energiebesparing en moeten het bewustzijn bij ICT-beheerders van klanten van datacenters en de datacenters vergroten. Daarnaast biedt het handelingsperspectief aan de sector en zet aan tot verandering. Dit is overigens niet vrijblijvend, powermanagement en virtualisatie zijn erkende maatregelen in het kader van de Informatieplicht voor datacenters die onder het Activiteitenbesluit vallen.
In het vestigingsbeleid worden de resultaten die voortkomen uit LEAP volledig van toepassing als vestigingseis. Deze eis geldt ook voor bestaande datacenters vanaf eind 2022.
In een parallel spoor wordt onderzocht hoe door middel van samenwerking op innovatie en technologische ontwikkelingen verdere energiebesparing en een duurzame digitale infrastructuur kan worden gerealiseerd.
Meer dan alleen PUE als meetinstrument
Op dit moment wordt energie-efficiëntie in datacenters gemeten met de PUE (Power Usage Effectiveness). De PUE is de waarde van het totale energieverbruik, gedeeld door de hoeveelheid energieverbruik van ICT-apparatuur. Hoe efficiënter de koeling en de elektriciteitsverdeling van de apparatuur is, hoe energie-efficiënter het datacenter werkt en hoe lager de PUE is. De PUE mag maximaal < 1,2 zijn.
De PUE is een verhoudingsgetal dus als het totale energieverbruik naar beneden gaat en het energieverbruik van ICT-apparatuur ook, dan kan de PUE nog steeds 1.2 blijven terwijl het datacenter wel energie-efficiënter is geworden (vergelijk 100/80 met 80/64 is in beide gevallen PUE van 1,25). Of de PUE kan hoger uitkomen terwijl het wel efficiënter is geworden, vergelijk 100/80 met 90/70; de PUE is in het laatste geval 1,28. De PUE is voor nieuwbouw een handige norm en vergelijkbaar met de EPN-norm (en max 1,2 is goed) maar is niet het enige instrument om naar te kijken.
Binnen LEAP wordt gewerkt aan verdere uitbreiding van normen naast de PUE zodat efficiëntie gerealiseerd kan worden. Groene stroom moet efficiënt gebruikt worden. LEAP laat zien dat ook kan binnen de server en door consolidatie (door bijvoorbeeld virtualisatie). Het probleem is dat deze besparingen kunnen zorgen voor een hogere PUE wat botst met de PUE-eis van minder dan 1.2. Door het meten van bijvoorbeeld kW/m2 stimuleer je om meer IT per m2 neer te zetten, dat, in combinatie met de PUE-eis en sturing op efficiëntie server gebruik, zorgt voor echte efficiëntie. Alleen dan kom je uit op innovatieve manieren om bijvoorbeeld koeling te managen. Een verdere uitbreiding naast PUE is essentieel en zou een opbouw moeten zijn van de volgende elementen: efficiëntie server gebruik, efficiëntie koeling, duurzaam e-gebruik, duurzame opwek, warmtelevering. In een label kan per onderdeel een waardering aangegeven worden. Bijvoorbeeld kijkend naar kW/m2 (dichtheid), WUE (water), ERE (energie hergebruik). Voor de langere termijn zijn mogelijk meer normen mogelijk om dan duurzame datacenters te realiseren.
De norm voor PUE, zien wij als hulpmiddel. Het is niet de bedoeling dat het kiezen voor duurzame oplossingen het halen van de norm tegenwerkt. Als sprake is van beïnvloeding van de PUE door de uitkoppeling van warmte, mag na goede onderbouwing door het datacenter en goedkeuring van de gemeente, worden afgeweken van de PUE.
Hoofdstuk 6
Artikel 6.4
Energiebesparing
Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Haarlemmermeer houdende regels omtrent Datacenterbeleid gemeente Haarlemmermeer