In het Klimaatakkoord is afgesproken dat uiterlijk in 2050 de gebouwde omgeving fossielvrij en CO2-arm verwarmd moet worden. Dit kan grofweg door elektrisch te verwarmen (en koken) of door gebruik te maken van collectieve warmtedistributie via een warmtenet. In de Transitievisie Warmte (Q2 2020) geven wij aan voor welke gebieden een collectief warmtenet als voorkeursoplossing wordt gezien.
In de Haarlemmermeer zijn (nagenoeg) geen hoge- of midden temperatuur bronnen aanwezig. Beleid met betrekking tot het toepassen van biomassa en diepe geothermie wordt afzonderlijk opgesteld. Uit het onderzoek ‘Verkenning naar de haalbaarheid van een gemeentelijk warmtenet gevoed door datacenters’ (2019) dat bureau Greenvis heeft opgesteld in opdracht van de gemeente Haarlemmermeer blijkt dat de restwarmte van datacenters in theorie voldoende is om de gehele warmtevraag van de Haarlemmermeer te voorzien. Door de beperkte beschikbaarheid van warmtebronnen is het van belang dat we optimaal gebruik maken van beschikbare warmtebronnen die wel aanwezig zijn. Daarom is het wenselijk de optie voor een warmtenet gevoed met restwarmte uit datacenters open te houden.
Met de huidige koeltechnieken komt restwarmte van circa 30 graden Celsius vrij bij een datacenter. Deze temperatuur dient verhoogd te worden (opwaardering) om tot nuttige toepassing te komen voor de verwarming van de bestaande bouw en te voorzien in de warmtapwatervraag. Opwaardering kan plaatsvinden door middel van o.a. een gasgestookte stookinstallatie (op basis van groengas of waterstofgas) of een warmtepomp.
Naast de temperatuur van de warmtebron, hangt de haalbaarheid en toekomstbestendigheid van een warmtenet in belangrijke mate af van de leveringszekerheid van meerdere bron(nen). De DDA committeert zich sinds 2017 aan gratis warmtelevering maar warmtelevering is voor datacenters geen corebusiness. Ook moet een warmtenet altijd redundant zijn door de aanwezigheid van een back-up bron. Tot nu toe zijn er daardoor in Nederland maar enkele casussen waar de warmte succesvol wordt benut. Alle partijen in de warmteketen, zoals de exploitant van een warmtenet, de warmtebronnen en afnemers, moeten betrokken worden.
Eisen benutten restwarmte c.q. aansluit gereed maken (voor de nu aangewezen locaties)
Met deze voorwaarden zorgen wij ervoor dat het gebruik van restwarmte van datacenters in de toekomst haalbaar is.
Het gebruiken van restwarmte van datacenters kan alleen wanneer een warmte-infrastructuur aanwezig is of wordt aangelegd. Om deze reden is het van belang zicht te hebben op locaties waar deze infrastructuur wordt aangelegd. De gemeente stelt uiterlijk eind 2021 een Transitievisie Warmte (TVW). Deze TVW geeft helderheid over het beoogde moment waarop een wijk of buurt van het aardgas af gaat en welke techniek(en) als alternatief gezien worden. Per wijk wordt een Wijkuitvoeringsplan opgesteld waarin definitief de alternatieve techniek wordt vastgelegd.
Voor het benutten van restwarmte van datacenters onderscheiden we dan ook twee situaties.
In situatie 1 is sprake van een datacenter dat zich vestigt op een locatie nabij een (geprojecteerd) warmtenet. Dit betekent dat er een vastgesteld of ontwerp Wijkuitvoeringsplan is waarin is vastgelegd waar het warmtenet komt. In situatie 2 is er nog geen vastgesteld of ontwerp Wijkuitvoeringsplan waaruit blijkt dat een warmtenet gerealiseerd wordt. Per situatie worden verschillende voorwaarden gehanteerd.
Situatie 1: Warmtenet in de buurt aanwezig of geprojecteerd
Voorwaarden
Een datacenter dient de restwarmte te leveren aan het (geprojecteerde) warmtenet
Een datacenter dient de warmte te leveren op een bruikbare temperatuur voor het geplande warmtenet.
Eventuele opwaardering van de restwarmte dient plaats te vinden op basis van duurzame bronnen/technieken;
De voorzieningen voor uitkoppeling van restwarmte en de technische ruimten voor de bronnen/technieken worden geplaatst op de kavel van het datacenter;
Het benodigde elektrisch vermogen voor de warmtepomp dient beschikbaar te zijn binnen het aansluitvermogen van het datacenter;
Een datacenter dient met het warmtebedrijf af te stemmen hoe uitkoppeling georganiseerd en gefinancierd wordt.
Situatie 2: Geen concrete plannen voor een warmtenet in de buurt
Voorwaarden
Een datacenter is voorbereid op toekomstige levering van restwarmte aan een warmtenet;
Een datacenter is geschikt gemaakt voor uitkoppeling en er is een technische ruimte gereserveerd voor de opwaardering van de restwarmte naar de gevraagde temperatuur voor het warmtenet op de kavel van het datacenter;
Het benodigde elektrisch vermogen voor de warmtepomp dient beschikbaar te zijn binnen het gecontracteerde vermogen van een datacenter;
Indien een warmtenet gerealiseerd wordt, dient het datacenter – in samenwerking met overige stakeholders- over te gaan tot levering van warmte van een bruikbare temperatuur aan het warmtenet.
Een datacenter dient de restwarmte geschikt te maken tot een bruikbare temperatuur, dit in overleg met stakeholders, voor het geplande warmtenet.
Eventuele opwaardering van de restwarmte dient plaats te vinden op basis van duurzame bronnen/technieken;
Een datacenter dient met het warmtebedrijf af te stemmen hoe uitkoppeling georganiseerd en gefinancierd wordt.
Uitgangspunten met betrekking tot uitkoppeling restwarmte (zowel voor situatie 1 als 2)
Afspraken in relatie tot het gebruik van de restwarmte dienen door een datacenter, eventueel in samenwerking met andere partijen, uitgewerkt te worden. Onderwerpen die in ieder geval aan bod moeten komen zijn:
Leveringszekerheid warmte en koude (inclusief organisatie van back-up) *;
Technische aspecten waaronder de te leveren temperatuur (die per warmtenet anders kunnen zijn);
Taken en rollen datacenter en overige stakeholders op de warmtemarkt (die kunnen per warmtenet anders zijn).
Hoofdstuk 6
Artikel 6.4.1
Hergebruik warmte voor gebouwde omgeving
Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Haarlemmermeer houdende regels omtrent Datacenterbeleid gemeente Haarlemmermeer