Naar hoofdinhoud

Artikel 3.

Stappenplan

Onderdeel van Beleidsregel aanpak woonoverlast Beesel 2020

In dit artikel staat in hoofdlijnen beschreven hoe het proces verloopt dat uiteindelijk kan leiden tot een gedragsaanwijzing. I. Stap 1 Melding of signalering Omwonenden of anderen kunnen woonoverlast rechtstreeks melden bij de gemeente. Signalen kunnen de gemeente ook bereiken via de politie, het zorgnetwerk, buurtbemiddeling of andere samenwerkingspartners. II. Stap 2 Vaststellen, verificatie en kwalificatie van de woonoverlast Meldingen die bij de gemeente binnenkomen worden geverifieerd. Dit wordt gedaan door of met behulp van toezichthouders, boa’s, de politie of andere partijen die betrokken zijn bij de aanpak van woonoverlast. Bij huurwoningen is een rol weggelegd voor de verhuurder. Wanneer er sprake is van strafrechtelijke feiten, dient de melder aangifte te doen. Het Openbaar Ministerie beslist over strafrechtelijke vervolging. Wanneer is van louter privaatrechtelijke aangelegenheden, wordt de melder hierop gewezen. Bij deze stap is het belangrijk om de precieze aard, omvang en frequentie van de woonoverlast vast te stellen. Naar verwachting zal slechts bij een deel van de meldingen van woonoverlast sprake zijn van ‘ernstige en herhaaldelijke woonoverlast’ als bedoeld in de APV. De burgemeester beoordeelt of er sprake is van ernstige en herhaaldelijke hinder zoals bedoeld in artikel 2.4.25 APV. Daartoe wordt informatie ingewonnen bij de melder en worden betrokken professionele partijen bevraagd. Er wordt wederhoor gevraagd bij de overlastgever. Ook een buurtonderzoek behoort tot de mogelijkheden Dit alles om een scherp beeld te krijgen over onder meer de aard, de ernst, de frequentie en de veroorzaker(s) van de overlast. Op basis van de uitkomsten van het onderzoek bepaalt de burgemeester of hij toepassing geeft aan artikel 2.4.25 APV. III. Stap 3 Dossiervorming Om effectief te kunnen ingrijpen wordt een dossier aangelegd. Dit kan onder meer de volgende zaken bevatten: Klachten Meldingen Concreet omschreven waarnemingen, Registraties Sfeerrapportages, Contactgegevens van betrokkenen (omwonenden en betrokken instanties) Gespreksverslagen Beoordelingen Genomen maatregelen Evaluaties van maatregelen Adviezen Besluiten Het beschikken van een deugdelijk dossier is een voorwaarde voor de rechtmatige toepassing van bestuurlijke handhavingsmaatregelen. De gemeente ziet toe dat er overleg met betrokken personen en instanties plaatsvindt en zal relevante informatie met inachtneming van de privacyregels vastleggen in het dossier. IV. Stap 4 Verkenning en inventarisatie mogelijke interventies en maatregelen Er geldt een voorkeursvolgorde met een opbouw van licht naar zwaar. Tot een volgende interventie kan pas worden besloten wanneer een eerder genomen maatregel niet mogelijk is of niet effectief is gebleken Gesprek Degene over wie geklaagd wordt, moet weten dat er geklaagd wordt en waarover. Betrokkene moet in de gelegenheid worden gesteld om hierop te reageren en uit eigen beweging te zorgen dat de ernstige overlast stopt. Dit kan door een goed gesprek tussen de buren maar het kan ook door bemiddeling door buurtbemiddeling, verhuurder, de wijkagent, maatschappelijk werk, of mediation. Formele maatregelen treffen Privaatrechtelijke maatregelen: Overlastondervindende burgers kunnen zelf via het burenrecht (boek vijf van het Burgerlijk Wetboek) overlastveroorzakers aanpakken. Maatregelen verhuurder. De verhuurder heeft via het huurrecht vergaande maatregelen (tot en met huisuitzetting) tot zijn beschikking om woonoverlast te laten stoppen. Pas wanneer deze maatregelen de overlast niet beëindigen zodat er niet langer sprake is van ernstige en herhaaldelijke hinder als bedoeld in artikel 2.4.25 APV, kan de burgemeester optreden Strafrechtelijke maatregelen: Maatregelen ivm het gebruik van geweld tegen personen of goederen, bedreiging en discriminatie. Hiervan kan aangifte worden gedaan. Het Openbaar Ministerie beslist over strafrechtelijke vervolging. Bestuurlijke maatregelen anders dan het geven van toepassing aan artikel 151 d van de Gemeentewet. Maatregelen bij psychische of psychiatrische aandoening Bij de keuze van de wijze waarop een overlastsituatie wordt aangepakt, wordt rekening gehouden met de mogelijkheid dat de overlastgever(s) kamp(t)(en) met een psychische, of psychiatrische aandoening. Als er psychische of psychiatrische problemen aan de orde zijn, dan is er een centrale en zwaarwegende rol weggelegd voor de hulpverleningsinstanties. De gemeente ziet toe op de belangen van de omwonenden. Indien de frequentie en de intensiteit van de overlast, eventueel in combinatie met risico’s voor omwonenden, dusdanig groot zijn dat de veiligheid in het geding is of de situatie anderszins door de burgemeester als onhoudbaar wordt beoordeeld, en er geen andere mogelijkheden meer zijn, kan de burgemeester een gedragsaanwijzing opleggen. Wanneer de veiligheid van de overlastpleger en anderen in gevaar is, worden hierbij de mogelijkheden in ogenschouw genomen die de Wet zorg en dwang en de Wet verplichte ggz bieden. Maatregelen tegen verloedering, vervuiling of brandgevaar Overlast als gevolg van of in combinatie met overtreding van wet- en regelgeving op het gebied van bouwen en wonen pakken we aan met handhaving van de betreffende regelgeving. Hierbij kan gedacht worden aan handhaving op grond van het bepaalde in de APV, de Woningwet, de Opiumwet of de gemeentewet. Deze opsomming is niet uitputtend. Bij handhavend optreden onderzoekt het college van burgemeester en wethouders of er voorschriften worden overtreden. Zij moeten dit objectief vaststellen. Een op schrift gestelde ‘officiële waarschuwing’ van de burgemeester waarbij wordt gewezen op de bevoegdheid tot het geven van een (met een dwangsom versterkte) gedragsaanwijzing of het opleggen van een last onder bestuursdwang indien overtreding van de zorgplicht niet wordt beëindigd . V. Stap 5 daadwerkelijk opleggen van een gedragsaanwijzing in de vorm van een bestuursrechtelijke herstelsanctie of het daadwerkelijk toepassen van bestuursdwang op basis van artikel 2:4:25 APV Indien de overlast niet stopt, kan de burgemeester een gedragsaanwijzing opleggen. De gedragsaanwijzing heeft de vorm van een last onder bestuursdwang of een last onder dwangsom. De last neemt hierbij de vorm aan van een aanwijzing. Indien er ook een strafrechtelijk traject is ingezet, krijgen politie en OM een afschrift van het besluit. In beginsel wordt bij de gedragsaanwijzing gekozen voor het opleggen van een last onder dwangsom. Hiervan kan van worden afgeweken Indien een dwangsom wordt opgelegd, is vooraf overwogen welk bedrag proportioneel is gelet op de overlast en de financiële omstandigheden van de pleger van de overlast. Uitgangspunt is dat de kosten van toepassing van bestuursdwang voor rekening van de overtreder komen. Bij het toepassen van bestuursdwang wordt betrokkene in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen zoals bepaald in artikel 4:8 Awb. Bij het opleggen van een last bedraagt de begunstigingstermijn in beginsel twee weken. Hiervan kan in bijzondere gevallen worden afgeweken. VI Stap 6 Tijdelijk huisverbod Als de gemoederen van betrokkenen ernstig verhit zijn, kan de burgemeester de overlastgeven gedurende 10 dagen een tijdelijk huisverbod opleggen. Het tijdelijk huisverbod geldt als allerlaatste mogelijkheid. Uitgangspunt is dat de kosten van toepassing van bestuursdwang voor rekening van de overtreder komen. Bij het toepassen van bestuursdwang wordt betrokkene in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen zoals bepaald in artikel 4:8 Awb.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel