**1..** De erfpachter is tot splitsing van het erfpachtrecht tot splitsing in appartementsrechten of tot samenvoeging van erfpachtrechten slechts bevoegd na voorafgaande schriftelijke toestemming van het college van burgemeester en wethouders. Voor de toepassing van dit artikel wordt met de in de eerste zin bedoelde handelingen gelijkgesteld het door de erfpachter verlenen van deelnemings- en lidmaatschapsrechten die betrekking hebben op het gebruik van de onroerende zaak en daarop staande opstallen.
**2..** Het college van burgemeester en wethouders beslist binnen een maand na het schriftelijk verzoek om toestemming voor de rechtshandelingen als bedoeld in lid 1. Deze termijn kan door het college van burgemeester en wethouders door een schriftelijke mededeling aan de erfpachter ten hoogste éé nmaal met een maand worden verlengd. Indien binnen één (c.q. twee) maand(en) niet op het verzoek is beslist, zonder dat zulks aan de erfpachter is toe te rekenen, wordt de toestemming geacht te zijn verleend. Het college van burgemeester en wethouders kan aan de toestemming voorwaarden verbinden waaronder herziening van de canon als bedoeld in artikel 3.4, alsmede ten aanzien van het onderhoud van de opstallen na de splitsing.
**3..** Bij splitsing van het erfpachtrecht stelt het college van burgemeester en wethouders vast op welke wijze de canon gesplitst kan worden. Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd daarbij een redelijk bedrag aan administratiekosten in rekening te brengen.
HOOFDSTUK 3.
Artikel 3.10
Splitsing en samenvoeging
Onderdeel van Algemene erfpachtvoorwaarden gemeentegronden