Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3.

Artikel 3.8

Gebruiksbepaling

Onderdeel van Algemene erfpachtvoorwaarden gemeentegronden

1.. Erfpachter is verplicht de grond te bebouwen en/of te gebruiken overeenkomstig de daaraan in het betreffende (ontwerp-)bestemmingsplan gegeven bestemming en overeenkomstig eventuele in de erfpachtovereenkomst nader aangegeven gebruiksbepalingen van de in erfpacht uitgegeven onroerende zaak. 2.. Erfpachter is tevens verplicht voorzover in redelijkheid van hem kan worden gevergd, al datgene te doen c.q. na te laten waardoor schade, gevaar of ontoelaatbare hinder - in welke vorm dan ook - kan worden voorkomen c.q. ontstaan. Eventuele redelijke aanwijzingen van de gemeente daartoe, voorzover vallend binnen de grenzen, door de wetgeving bepaald, moeten worden opgevolgd. 3.. De erfpachter is verplicht de onroerende zaak en daarop aanwezige opstallen in zodanige technische staat te brengen en te houden dat deze de in lid 1 bedoelde bestemming en het daar bedoelde gebruik op behoorlijke wijze kunnen dienen. Daartoe dient de erfpachter de grond met opstallen in alle opzichten goed te onderhouden en waar nodig tijdig geheel of gedeeltelijk te vernieuwen. 4.. De erfpachter is verplicht tot gehele of gedeeltelijke herbouw van de opstallen over te gaan indien deze door welke oorzaak ook zijn teniet gegaan. De erfpachter is verplicht de opstallen tegen brand en stormschade te verzekeren.

Rechtspraak bij dit artikel