De beleidsregel is gebaseerd op de volgende artikelen uit wet- en regelgeving, zoals deze golden op het moment van vaststelling van deze beleidsregel.
Artikel 151d Gemeentewet
De raad kan bij verordening bepalen dat degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt of tegen betaling in gebruik geeft aan een persoon die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen is ingeschreven, er zorg voor draagt dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt.
De in artikel 125, eerste lid, bedoelde bevoegdheid tot oplegging van een last onder bestuursdwang wegens overtreding van het in het eerste lid bedoelde voorschrift wordt uitgeoefend door de burgemeester. De burgemeester oefent de bevoegdheid uit met inachtneming van hetgeen daaromtrent door de raad in de verordening is bepaald en slechts indien de ernstige en herhaaldelijke hinder redelijkerwijs niet op een andere geschikte wijze kan worden tegengegaan.
Onverminderd de laatste volzin van het tweede lid kan de last, bedoeld in de eerste volzin van dat lid, een verbod inhouden om aanwezig te zijn in of bij de woning of op of bij het erf. Het verbod geldt voor een periode van tien dagen. De artikelen 2, tweede lid, en vierde lid, aanhef en onder a en b, 5, 6, 8, eerste lid, aanhef en onder a en b, 9 en 13 van de Wet tijdelijk huisverbod zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de burgemeester bij ernstige vrees voor verdere overtreding de looptijd van het verbod kan verlengen tot ten hoogste vier weken.
Artikel 2:48 Woonoverlast Algemene plaatselijke verordening Gouda 2020
Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt, of tegen betaling in gebruik geeft aan een persoon die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen is ingeschreven, draagt er zorg voor dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt.
De last kan in ieder geval worden opgelegd bij ernstige en herhaaldelijke:
geluid- of geurhinder;
hinder van dieren;
hinder van bezoekers of personen die tijdelijk in een woning of op een erf aanwezig zijn;
overlast door vervuiling of verwaarlozing van een woning of een erf;
intimidatie van derden vanuit een woning of een erf.
Voorzienbaarheid
Deze beleidsregel beoogt bij te dragen aan verduidelijking van de handhavingsbevoegdheid van de burgemeester ten aanzien van de zorgplicht van bewoners om geen ernstige hinder voor omwonenden te veroorzaken. Daarbij wordt met deze beleidsregel voldaan aan het vereiste van voorzienbaarheid - de mogelijkheid voor burgers om hun gedrag op de in artikel 2:48 van de Algemene plaatselijke verordening Gouda 2020 (hierna: APV) opgenomen zorgplicht af te stemmen en aldus bestuursrechtelijk ingrijpen van de burgemeester te voorkomen. Daarbij maakt de beleidsregel inzichtelijk in welke gevallen en onder welke voorwaarden de burgemeester toepassing kan geven aan haar in artikel 2:48 van de APV opgenomen bevoegdheid tot het geven van een gedragsaanwijzing. Met de vaststelling van beleidsregels wordt duidelijkheid gegeven over de manier waarop de burgemeester met zijn bevoegdheden omgaat.
Inperking persoonlijke levenssfeer
Het geven van een gedragsaanwijzing is een inperking van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer zoals neergelegd artikel 10 van de Grondwet en artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, en kan daarnaast ook inbreuk maken op het recht van ongestoord genot van het eigendom zoals neergelegd in artikel 1, van het Eerste Protocol bij het EVRM. Op grond van Europese jurisprudentie moet het gebruik van een bevoegdheid die genoemde rechten inperkt voldoende voorzienbaar zijn: een regel moet voor een burger voldoende duidelijk zijn zodat hij weet welke rechten of plichten hij daaraan kan ontlenen. Daarom is in artikel 2:48 lid 3 opgenomen wat in ieder geval wordt verstaan onder ernstige en herhaaldelijke hinder en is in het tweede lid bepaald dat de burgemeester beleidsregels opstelt ten behoeve van de uitvoering van de oplegging van een gedragsaanwijzing. In de beleidsregels is een stappenplan opgenomen waarin staat welke acties de burgemeester zal ondernemen alvorens tot de oplegging van een gedragsaanwijzing over te gaan.
Ernstige en herhaaldelijke hinder
Met ernstige hinder wordt gedoeld op ernstige hinder voor de omwonenden. Een vergelijking kan worden gemaakt met artikel 37 van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek, waar onder ‘hinder’ gedragingen worden verstaan zoals het verspreiden van rumoer, trillingen, stank, rook of gassen of het onthouden van licht of lucht. Het is geen vereiste dat de hinder onrechtmatig is. En andersom zal niet elke onrechtmatige burenhinder ook automatisch kunnen worden aangemerkt als ernstige hinder als bedoeld in artikel 151d van de Gemeentewet. Artikel 2:48 van de APV somt een aantal vormen van hinder op.
Met de term ‘herhaaldelijk’ wordt gedoeld op het vereiste dat de ernstige hinder een terugkerend karakter heeft (hetgeen niet noodzakelijkerwijze hetzelfde is als “ernstige hinder zonder onderbreking”). De burgemeester maakt geen gebruik van zijn bevoegdheid op basis van één incident.
Ten slotte is bij de toepassing van deze beleidsregel van belang te onderkennen dat artikel 151d Gemeentewet een nieuwe bevoegdheid creëert; ten tijde van de vaststelling van deze beleidsregel bestaat met andere woorden nog geen bestendige, vaste bestuurlijke gedragslijn.
Artikel 2.