Naar hoofdinhoud
Op hoofdlijnen volgt hierna een stappenplan dat inzicht biedt in de wijze waarop en de gevallen waarin de burgemeester kan overwegen gebruik te maken van de in artikel 2:48 APV en in artikel 151d van de Gemeentewet neergelegde bestuursdwangbevoegdheid. Ook staat beschreven welke vorm de gedragsaanwijzing kan aannemen. Stap 1: Melding of signalering Signalen of meldingen van ernstige woonoverlast kunnen de gemeente via diverse wegen bereiken. Omwonenden of anderen kunnen woonoverlast zelf rechtstreeks melden bij de gemeente Gouda, bijvoorbeeld via het Meldpunt Openbaar Gebied of via het Meldpunt Zorg en Overlast van de GGD. Het kan ook zo zijn dat de gemeente Gouda, de politie, een woningcorporatie of één van de samenwerkingspartners van de gemeente Gouda mogelijke situaties van ernstige woonoverlast signaleert of rapporteert. Stap 2: Vaststellen, verificatie en kwalificatie van de woonoverlast Meldingen die bij de gemeente Gouda binnenkomen worden geverifieerd, al dan niet door of met behulp van politie, stadstoezicht, het Meldpunt Zorg en Overlast of andere partijen die betrokken zijn bij de aanpak van woonoverlast. In geval van huurwoningen vervult de woningcorporatie deze taak. Belangrijk is om de precieze aard en omvang van de woonoverlast vast te stellen. Uit de kwalificatie moet duidelijk blijken dat sprake is van ernstige en herhaaldelijke woonoverlast. Stap 3: Dossiervorming Om effectief te kunnen ingrijpen in geconstateerde gevallen van ernstige woonoverlast wordt door de gemeente een dossier aangelegd met onder meer klachten, meldingen, concreet omschreven waarnemingen, registraties en (sfeer)rapportages, de contactgegevens van betrokken bewoner(s), omwonenden en (professionele) partijen en instanties, gespreksverslagen, beoordelingen en evaluaties en adviezen van bij de bestrijding van woonoverlast betrokken partijen. Bij het samenstellen van het dossier worden de toepasselijke privacyregels in acht genomen. Voor een adequate bestrijding van de ‘ernstige en herhaaldelijke woonoverlast’ vindt overleg met betrokken instanties plaats. Stap 4: Verkenning en inventarisatie mogelijke andere interventies en maatregelen Met het oog op het de-escaleren, normaliseren en tegengaan van de geconstateerde ernstige woonoverlast zal vervolgens, rekening houdend met de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit én met de specifieke kenmerken van de voorliggende casus, worden bekeken door de afdeling Veiligheid en Wijken welke interventies of maatregelen in het concrete geval (kunnen) zijn aangewezen. Op hoofdlijnen geldt daarbij de volgorde van licht naar zwaar: een “goed gesprek” (bijvoorbeeld met de wijkagent of buurtbeheerder), buurtbemiddeling of mediation, inzet van andere bestuurlijke instrumenten. Alvorens de zwaardere middelen in te zetten zal bekeken moeten worden of de hiervoor genoemde lichtere middelen effectief kunnen zijn. In het geval dat de veroorzaker van de overlast kampt met psychische problematiek heeft het Meldpunt Zorg en Overlast (GGD) een rol in de toeleiding naar passende hulpverlening, om te pogen de overlast op die manier te beëindigen. Het nemen van maatregelen tegen woonoverlast is pas aan de orde, indien de geconstateerde woonoverlast niet op een andere geschikte wijze kan worden bestreden (artikel 151d, tweede lid, Gemeentewet). Dit betekent dat deze maatregelen pas in beeld komen, indien andere reguliere bevoegdheden geen soelaas bieden. Het is daarmee vooral de aard van de “ernstige en herhaaldelijke overlast” zelf die bepaalt welke bestuurlijke bevoegdheid wanneer kan worden aangewend: in plaats van een gedragsaanwijzing kan bij drugsoverlast bijvoorbeeld een beroep worden gedaan op artikel 13b Opiumwet, bij bouwkundige gebreken komt de Woningwet in beeld en bij zeer ernstige verstoringen van de openbare orde (of dreigende ernstige verstoring) rond de woning als gevolg van gedragingen in de woning, bijvoorbeeld zware geweldsincidenten, vuurwapenbezit e.d. kan de toepassing van artikel 174a Gemeentewet worden overwogen. Stap 5: Het geven van een waarschuwing De overlastgever ontvangt een waarschuwing wanneer de maatregelen uit stap 4 niet geleid hebben tot afname van de overlast. Uit de waarschuwing blijkt wat van de overlastgever verlangd wordt. Ook wordt hierin vermeld wat de consequenties zijn als de overlast blijft voortduren. Stap 6: Het geven van een gedragsaanwijzing De burgemeester legt pas een maatregel of last op als de ernstige hinder redelijkerwijs niet op een andere geschikte wijze kan worden tegengegaan. Hiermee wordt gedoeld op minder ingrijpende middelen, conform het subsidiariteitsbeginsel. De burgemeester komt beleidsvrijheid toe. Andere voorbeelden zijn het geven van een waarschuwing, inzet van mediation of buurtbemiddeling of een civiele procedure aanspannen door de buurtbewoner of eigenaar. Pas als de burgemeester meent, dat er redelijkerwijs geen andere geschikte wijze is om de ernstige hinder tegen te gaan, dus als eerdere maatregelen of acties geen of onvoldoende soelaas bieden, legt hij een last op. In de last onder dwangsom wordt een gedragsaanwijzing in de vorm van een last gegeven. Bij een last onder dwangsom verbeurt de betrokken bewoner per geconstateerde overtreding een dwangsom, indien hij binnen de begunstigingstermijn niet, niet tijdig of niet volledig aan de opgelegde gedragsaanwijzing voldoet. Het bedrag wordt vooraf kenbaar gemaakt in de gedragsaanwijzing. In het dwangsombesluit wordt eenduidig omschreven wat van de betrokken overlastgever wordt verwacht, welke eventuele begunstigingstermijn daarvoor geldt en wat de gevolgen zijn bij het niet, niet tijdig of niet volledig voldoen aan de opgelegde last. De gedragsaanwijzing is afgestemd op de precieze aard van de overtreding en op de individuele omstandigheden van het geval, waarbij belangrijk is dat het in het vermogen van de betrokkene ligt om aan de last te kunnen voldoen. Voorbeelden van gedragsaanwijzingen, die kunnen worden opgelegd: Het ontvangen van een beperkt aantal bezoekers per dag Geen luide muziek draaien In de nacht geen muziekinstrument bespelen niet schreeuwen, bonken, stampen Een hond muilkorven op het eigen erf dan wel binnen houden Aantal huisdieren verminderen Gebod om psychische hulp te zoeken Gebod om vuil en ongedierte te (laten) verwijderen Bij het opleggen van een gedragsaanwijzing wordt in beginsel een last onder dwangsom opgelegd. In bijzondere situaties kan dit anders zijn, bijvoorbeeld wanneer de vereiste spoed zich daartegen verzet en direct optreden van overheidswege (in de vorm van de toepassing van bestuursdwang) is aangewezen of indien op voorhand duidelijk is dat een last onder dwangsom niet of niet voldoende effectief zal zijn. In die gevallen kan meteen worden gekozen voor een last onder bestuursdwang. Bij het opleggen van een gedragsaanwijzing onder last van bestuursdwang kan worden gedacht aan het verwijderen van bezoekers uit de woning, het aanbrengen van geluidwerende vloerbedekking, het verwijderen van geluidsapparatuur, het in beslag nemen van huisdieren, het verwijderen van vuilnis, enzovoorts. Het tijdelijk huisverbod als bedoeld in artikel 151, derde lid van de Gemeentewet, waarbij een bewoner tijdelijk de toegang tot de woning wordt ontzegd, geldt als “ultimum remedium” en wordt slechts in het uiterste geval ingezet, bijvoorbeeld als het opleggen van dwangsommen onvoldoende effect heeft. De hoogte van de dwangsom bedraagt minimaal € 100,- en maximaal € 1.000,- per keer dat er opnieuw ernstige hinder wordt veroorzaakt, met een maximum van € 500,- respectievelijk € 5.000,-. De betrokkene kan bezwaar maken tegen een dwangsombesluit. De nieuwe bevoegdheid zal alleen worden gehanteerd na een zorgvuldige belangenafweging. Het gaat daarbij uiteraard om de belangen van zowel de veroorzaker(s) als degenen die hinder ondervinden. Als uitgangspunt geldt dat degenen die aantoonbaar ernstige en herhaaldelijke hinder ondervinden, bescherming verdienen. Dat impliceert dat het niet verantwoord is om de beëindiging van de hinder een onredelijk lange tijd te laten duren. In praktijk is er al een lange tijd vooraf gegaan aan een gedragsaanwijzing. Het kan niet zo zijn dat de aanpak van hinder een slepende kwestie wordt. Er is altijd sprake van een behoorlijke mate van urgentie. Het is voorspelbaar dat de burgemeester soms voor een dilemma zal komen te staan maar dat er ook een verantwoord besluit moet worden genomen. Elk verbod zal uiterst zorgvuldig worden gemotiveerd. De burgemeester zal per geval een afweging maken, volgens het stappenplan. Mocht deze gerichte aanpak geen enkel effect sorteren, dan kan men desgewenst alsnog overgaan het uitvaardigen van een tijdelijk huisverbod als uiterste maatregel. Sluiting van de woning geldt voor een periode van tien dagen. Indien er ernstige vrees is voor verdere overtreding kan de looptijd van het verbod verlengd worden tot ten hoogste vier weken. De afweging van deze gegronde redenen kunnen worden herleid uit de opbouw van het situatierapport dan wel op basis van het totale dossier waaronder eveneens verslagen van casusoverleggen dienen te worden verstaan dan wel documenten waaruit blijkt dat andere afwegingen of keuzes niet het gewenste effect hebben gehad om de overlast ongedaan te maken. Sluiting van de woning heeft tot doel dat de rust in de omgeving hersteld kan worden. Stap 7: Kostenverhaal Uitgangspunt bij de toepassing van bestuursdwang is dat de kosten ervan voor rekening van de overtreder van de zorgplicht komen. Deze kosten worden bij hem in rekening gebracht, op grond van artikel 5:25 van de Algemene wet bestuursrecht. Stap 8: Toezicht en handhaving Het toezicht op de naleving van de opgelegde last is afhankelijk van de aard van de last en is belegd bij de politie en de buitengewone opsporingsambtenaren van de gemeente Gouda.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel