**1..** De deelnemers aan de regeling beschikken over enkelvoudig stemrecht.
**2..** Voor het tot stand komen van een besluit bij stemming wordt in principe de meerderheid van het aantal uitgebrachte stemmen vereist.
**3..** Het uitgangspunt is verder dat te allen tijde, dus ook in een situatie dat een besluit niet met meerderheid behoeft te worden genomen, wordt gestreefd naar een besluit dat met unanimiteit wordt genomen door het bestuur.
**4..** De navolgende besluiten kunnen slechts met unanimiteit worden genomen:
besluiten tot het vaststellen van een financiële regeling verband houdende met het intreden in en het uittreden uit de regeling;
besluiten tot het vaststellen van een procedure voor het aanstellen van een externe deskundige voor zover nodig ter uitvoering van een door het bestuur genomen besluit;
besluiten tot het vaststellen en wijzigen van de begroting;
besluiten tot het vaststellen van de jaarrekening;
besluiten over strategie, koers en inhoud van de samenwerking en het eventueel vaststellen en wijzigen van een beleidsplan;
besluiten inzake de toepassing van artikel 10a, lid 2, van de wet.
besluiten tot het vaststellen of wijzigen van het dienstverleningshandvest (deel A), zoals wordt bedoeld in deze regeling.
**5..** Alle overige besluiten kunnen worden genomen met een meerderheid van het totaal aantal uitgebrachte stemmen in een vergadering waarin het volledige bestuur vertegenwoordigd is.
Indien één of meerdere deelnemende gemeenten menen dat sprake is van een strategisch besluit dan kan dat worden ingebracht tijdens de vergadering. Het bestuur besluit dan vervolgens tot het inschakelen van een extern adviseur met als doel om te komen tot een gedragen advies dat door alle deelnemende gemeenten wordt gesteund. Indien alsdan nog geen sprake is van een unaniem besluit zal de adviseur een voor ieder bindend advies uitbrengen.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf
Artikel 10