**1..** De zittingsperiode van de voorzitter is 3 jaar.
**2..** Voor de zittingsperiode wijst het bestuur uit zijn midden een voorzitter en plaatsvervangend voorzitter aan.
**3..** Het bestuur stelt een roulatieschema voor het (plaatsvervangend) voorzitterschap op, waarbij elke deelnemende gemeente bij toerbeurt de voorzitter levert. Met het roulatieschema dienen alle aan de regeling deelnemende colleges in te stemmen.
**4..** Voor de zittingsperiode wijst het bestuur uit zijn midden een plaatsvervangend voorzitter aan. De zittingsperiode is gelijk aan de zittingsperiode van de voorzitter.
**5..** De plaatsvervangend voorzitter treedt enkel in de plaats van de voorzitter bij afwezigheid van de voorzitter. Bij afwezigheid van de voorzitter voor de duur van 3 maanden of langer wordt de vervangend voorzitter tot voorzitter aangewezen tot aan het moment dat de voorzitter weer zelf als zodanig kan functioneren.
**6..** De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het bestuur.
**7..** De voorzitter ondertekent alle stukken die van het bestuur uitgaan.
**8..** De voorzitter draagt zorg voor de uitvoering van de besluiten van het bestuur.
**9..** De voorzitter vertegenwoordigt het gemeenschappelijk orgaan in alle rechtsgedingen en bij alle buitengerechtelijke rechtshandelingen; met betrekking tot de in de leden 6 en 7 van dit artikel bedoelde taken, kan hij of zij de vertegenwoordiging aan een door hem gemachtigde opdragen.
**10..** Bij staking der stemmen heeft de voorzitter een doorslaggevende stem.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf
Artikel 11