**1..** Behoudens het bepaalde in het tweede lid van dit artikel kunnen door of vanuit het bestuur van de gemeenschappelijke regeling geen uitgaven worden gedaan welke niet bij de vastgestelde begroting of bij een vastgestelde begrotingswijziging zijn geraamd.
**2..** Het bestuur kan in buitengewone gevallen van dringende spoed besluiten tot het doen van zodanige uitgaven, mits het bestuur het daartoe te nemen besluit met redenen omkleedt en dit terstond aan de colleges en raden van de deelnemende gemeenten inzendt.
**3..** Een besluit als bedoeld in lid 2 van dit artikel kan slechts worden genomen indien en voor zover sprake is van een besluit dat met unanimiteit door het bestuur wordt genomen.
**4..** Het bestuur wijst – indien sprake is van een buitengewoon geval van dringende spoed die een uitgave rechtvaardigt – de middelen tot dekking van die uitgave binnen de begroting van de gemeenschappelijke regeling aan.