Naar hoofdinhoud
Relevante beleidsnota’s Raadsvoorstel Harmonisatie voorschoolse voorzieningen (2016.0033029) Raadsvoorstel Uitwerking wet Ontwikkelingskansen door Kwaliteit en Educatie (2010.0046219) Bestuursafspraken over het Effectief benutten voor- en vroegschoolse educatie en extra leertijd voor jonge kinderen (2012.0006183) Doelstelling Het creëren van een veilige en stimulerende omgeving voor jonge kinderen in de peuteropvang. Belangrijkste doel van de voorschoolse educatie is het terugdringen van taalachterstanden in het Nederlands Aan alle peuters worden optimale ontwikkelingskansen geboden. Achterstanden in de ontwikkeling worden vroegtijdig gesignaleerd. Peuters met achterstanden of problemen worden indien nodig doorverwezen binnen de bestaande zorgstructuur. Activiteiten Het aanbieden van peuteropvang (met een VE-programma) aan een peuter van 2 tot 4 jaar, waarvan de ouders aantoonbaar geen recht hebben op kinderopvangtoeslag. Het aanbieden van extra uren peuteropvang met een VE-programma (in combinatie met peuteropvang) aan een doelgroeppeuter van 2,5 tot 4 jaar. Subsidievorm Prestatiesubsidie Kernvoorziening Nee Meerjarigheid Nee Totstandkoming subsidiebedrag Het college stelt jaarlijks voor 1 augustus van het jaar voorafgaande aan het subsidiejaar het maximum te subsidiëren uurtarief per (VE-)peuterplaats vast. Het college stelt jaarlijks voor 1 augustus van het jaar voorafgaande aan het subsidiejaar het VE-jaarbedrag vast. De inkomensafhankelijke ouderbijdrage is gebaseerd op het door de kinderopvangaanbieder gehanteerde uurtarief en de (gecomprimeerde) VNG-tabel van de kinderopvangtoeslag1Wijzigingen in de hoogte van de kinderopvangtoeslag die na 1 augustus bekend worden kunnen leiden tot wijziging van de aangevraagde subsidie . De grondslag voor de subsidie is het werkelijk aantal peuters en het werkelijk aantal uren dat gebruik wordt gemaakt van een (VE-)peuterplaats. Het college subsidieert de volgende subsidiebedragen per jaar: Per bezette peuterplaats voor ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag 260 uren per jaar (bij dagdelen van 3,25 uur gedurende 40 weken per jaar) of 320 uren per jaar (bij dagdelen van 4 uur gedurende 40 weken per jaar), vermenigvuldigd met het door de aanbieder gehanteerd uurtarief en minus de over deze uren in rekening gebrachte ouderbijdrage. Het subsidiebedrag per uur is nooit hoger dan het door het college vastgestelde maximum uurtarief. De peuter maakt twee dagdelen per week en 40 weken per jaar gebruik van de peuterplaats. Per doelgroeppeuter op een VE-peuterplaats voor ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag 650 uren per jaar (bij dagdelen van 3,25 uur gedurende 40 weken per jaar) of 640 uren per jaar (bij dagdelen van 4 uur gedurende 40 weken per jaar), vermenigvuldigd met het door de kinderopvangaanbieder gehanteerde uurtarief minus de in rekening gebrachte ouderbijdrage over 320 uur per jaar. Het subsidiebedrag per uur is nooit hoger dan het door het college vastgestelde maximum uurtarief. Per doelgroeppeuter op een VE-peuterplaats voor ouders met recht op kinderopvangtoeslag 330 uren per jaar (bij dagdelen van 3,25 uur gedurende 40 weken per jaar) of 320 uren per jaar (bij dagdelen van 4 uur gedurende 40 weken per jaar), vermenigvuldigd met het door de kinderopvangaanbieder gehanteerde uurtarief. Het subsidiebedrag per uur is nooit hoger dan het door het college vastgestelde maximum uurtarief. Over deze uren vragen ouders geen kinderopvangtoeslag aan. De doelgroeppeuter maakt naast deze uren nog ten minste 320 uren per jaar gebruik van een peuterplaats met VE-aanbod. Naast de in lid 5 genoemde subsidiebedragen stelt het college voor doelgroeppeuters een VE-jaarbedrag beschikbaar. Deze subsidie wordt verstrekt voor doelgroeppeuters die een VE-peuterplaats bezetten, ongeacht of de ouders recht hebben op kinderopvangtoeslag. Indien een doelgroeppeuter de VE-peuterplaats niet het gehele jaar bezet, wordt het VE-jaarbedrag naar rato verstrekt. Houders innen zelf de ouderbijdragen en zijn verantwoordelijk voor het bijbehorende risico van niet-betalers. De subsidie wordt ter verlaging van de ouderbijdrage beschikbaar gesteld aan de houder, die dit verrekent met de ouderbijdragen van ouders zonder aanspraak op kinderopvangtoeslag en van ouders van doelgroeppeuters. Doelgroep (VE) Geen doelgroep (regulier) ouders geen recht op kinderopvangtoeslag 640 uur bij dagdelen van 4 uur of 650 uur bij dagdelen van 3,25 uur minus ouderbijdrage* 320 uur bij dagdelen van 4 uur of 260 uur bij dagdelen van 3,25 uur minus ouderbijdrage ouders wel recht op kinderopvangtoeslag 320 uur bij dagdelen van 4 uur 330 uur bij dagdelen van 3,25 uur of (+ ten minste 320 uur obv KOT) - *ouderbijdrage gebaseerd op 320 uur per jaar Regels voor dreigende overschrijding subsidieplafond

Rechtspraak bij dit artikel