1.. Het is verboden om enig voorwerp, niet zijnde een motorvoertuig, te plaatsen of te laten staan:

  • - op een parkeerapparatuurplaats;
  • - op een belanghebbendenplaats.

2.. In afwijking van het eerste lid onder b mag op een belanghebbendenplaats naast een motorvoertuig ook een aanhangwagen worden geplaatst, mits voor deze aanhangwagen een parkeervergunning is verleend als bedoeld in artikel 6, onder b.

3.. Het is verboden enig voorwerp op zodanige wijze tegen of bij parkeerapparatuur te plaatsen of te laten staan, dat daardoor een normaal gebruik daarvan wordt belemmerd of verhinderd.

4.. Het is verboden parkeerapparatuur op andere wijze, of met andere middelen dan die welke in de kennisgeving op of bij de parkeerapparatuur staan aangegeven, in werking te stellen.

5.. Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid.