Naar hoofdinhoud
Met betrekking tot het risicobeheer gelden de volgende uitgangspunten: Het renterisico op de netto vlottende schuld is begrensd tot de kasgeldlimiet, gemiddeld over een kwartaal, conform de Wet Fido. Deze grens mag niet structureel (langer dan twee kwartalen) worden overschreden. Indien de kasgeldlimiet voor een derde achtereenvolgende kwartaal wordt overschreden, wordt de toezichthouder hiervan in kennis gesteld en een plan voorgelegd om weer binnen de kasgeldlimiet te komen. Het renterisico op de lange schuld bedraagt maximaal de renterisiconorm, conform de Wet Fido. Het gebruik van rente-instrumenten is toegestaan indien deze worden gebruikt voor het partieel afdekken van renteposities (zie artikel 3). Toegestaan zijn: aantrekken van geldleningen met uitgestelde storting en het aantrekken van geldleningen die nog niet meteen benodigd zijn. Overige rente-instrumenten waaronder de in de Wet Fido genoemde derivaten zijn niet toegestaan. De rentetypische looptijd en het renteniveau van de aan te trekken leningen of te plegen uitzettingen worden zoveel mogelijk afgestemd op de actuele rentestand en de rentevisie. De rentevisie wordt door de gemeente zelfstandig en naar behoefte opgesteld. Hierbij kan de rentevisie van de Bank Nederlandse Gemeenten als uitgangspunt dienen. Binnen de kaders gesteld onder lid 2, lid 3 en lid 4, streeft de gemeente naar spreiding in de rentetypische looptijden van aangetrokken leningen en uitzettingen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel