2.2.1: Omgevingswet
De Omgevingswet treedt naar verwachting op 1 januari 2022 in werking. Deze wet gaat veel wetten en regelgeving op het gebied van de fysieke leefomgeving vervangen, zoals bijvoorbeeld, de Wet ruimtelijke ordening, Wabo, Tracéwet, beleid ten aanzien van de gemeentelijke infrastructuur, water en APV. Het doel is om de wettelijke kaders voor inwoners, bedrijven en overheden inzichtelijker te maken en ontwikkeling en beheer van de fysieke leefomgeving beter beheersbaar te maken.
De Omgevingswet moet leiden tot minder en overzichtelijke regels, meer ruimte voor initiatieven, lokaal maatwerk en vertrouwen als uitgangspunt. Het doel van een initiatief in de fysieke leefomgeving moet centraal staan in plaats van de vraag: ‘mag het wel?’ De Omgevingswet verplicht bestuurders integrale plannen te maken waarin de diverse belangen in onderlinge samenhang worden beschouwd.
De impact van de Omgevingswet voor ons betekent onder andere het volgende:
De hoofdregel is dat de reguliere procedure voor vergunningverlening wordt gevolgd. Dit betekent dat de vergunningprocedure 8 weken duurt.
het omgevingsplan vraagt om participatie en afweging bij de planvorming. Er ontstaat bestuurlijke afwegingsruimte;
duidelijke omgevingsplannen maken waardoor inzichtelijk is wat wel en niet kan, wat wellicht leidt tot minder vergunningen;
andere rollen binnen gemeente; begeleiden bij participatie, partijen bij elkaar brengen;
meer maatwerk, immers bij het stellen van minder regels is een goede onderbouwing van de integrale afweging van besluiten van belang;
taakvelden worden integraal samengevoegd: meer (keten)samenwerking;
processen worden straks nog meer dan nu geïnitieerd door inwoners en bedrijven en vragen om integrale afhandeling;
gedrag en cultuurverandering: competenties als oplossingsgericht denken, helikopterview en samenwerken worden belangrijker;
transparantie van informatievoorziening. Alle digitale informatie is straks op één plek te vinden, het nieuwe Omgevingsloket. Via dit loket kunnen initiatiefnemers, overheden en belanghebbenden snel zien wat mag in de fysieke leefomgeving. Inwoners en ondernemers beschikken daarmee over dezelfde informatie als de overheid.
Als gevolg van de invoering van de Omgevingswet ontstaan er ook voor VTH de komende jaren gewijzigde werkzaamheden. De exacte invulling en consequenties zullen de komende periode verder duidelijk worden. Hier wordt momenteel programmatisch aan gewerkt binnen de organisatie.
Leidende principes
Voor het goed inbedden van de Omgevingswet en wat dit van iedereen vraagt, is een visie nodig. Die geeft antwoord op vragen als: wat voor gemeente willen wij zijn? Hoe gaan we met elkaar om? Wat mogen we van elkaar verwachten? Hiervoor zijn leidende principes geformuleerd. Deze principes helpen om invulling te geven aan de lokale afwegingsruimte.
Gemeente Noordoostpolder heeft met behulp van externe stakeholders, raadsleden en ambtenaren deze leidende principes geformuleerd. Ze zijn hiervoor om input gevraagd. Stapsgewijs is gekozen tussen dilemma’s, begrippen en thema’s. Hieruit kwamen vier hoofdthema’s boven drijven. Dit zijn de vier leidende principes geworden, waarmee de visie van de gemeente op de Omgevingswet is verwoord:
Maatwerk;
Dynamisch;
Vertrouwen;
Belangenafweging.
Een inhoudelijke toelichting van de leidende principes is opgenomen in bijlage 2.
2.2.2: Wet vergunningverlening, toezicht en handhaving
Op 14 april 2016 is de Wet VTH in werking getreden. De wet heeft als doel een veilige en gezonde leefomgeving te creëren door de kwaliteit en samenwerking bij de uitvoering en handhaving van het omgevingsrecht te bevorderen.
De Wet VTH beschrijft de randvoorwaarden voor gemeenten en provincies om te waarborgen dat de kwaliteit van de uitvoering van de VTH-taken verbetert. Een van deze randvoorwaarden is dat gemeenten verplicht zijn een Verordening kwaliteit uitvoering VTH-taken vast te stellen (zie paragraaf 2.3.2).
2.2.3: Wet kwaliteitsborging voor het bouwen
De Eerste Kamer heeft op 14 mei 2019 de Wet kwaliteitsborging (Wkb) voor het bouwen aangenomen. Deze wet zal naar verwachting op 1 januari 2022 (gelijktijdig met de Omgevingswet) van kracht worden. De Wkb heeft tot doel de kwaliteit van en het toezicht op bouwwerken te verbeteren en het versterken van de positie van de bouwconsument.
Gevolgen van de Wkb zijn o.a. dat de bouwplantoets, voor het gedeelte van het Bouwbesluit, en het bouwtoezicht geprivatiseerd wordt. De verantwoordelijkheid komt meer bij de markt te liggen. In de praktijk betekent dit dat het toetsen van bouwplannen en het toezicht houden tijdens bouwprojecten als grondgebonden eengezinswoningen, recreatiewoningen, bedrijfshallen en fiets- en voetgangersbruggen door een marktpartij wordt uitgevoerd.In het nieuwe systeem van kwaliteitsborging komt de focus vooral te liggen op het tijdens en achteraf kunnen aantonen dat het bouwwerk voldoet aan de eisen en ligt de focus wat minder op het vooraf verkrijgen van een vergunning.
Binnen VTH worden voorbereidingen getroffen voor de inwerkingtreding van de wet. Het deelnemen aan proefprojecten zal voor de gemeente meer duidelijkheid gaan geven over de opzet en consequenties van de nieuwe wet.
Hoofdstuk
Artikel 2.2: