Naar hoofdinhoud
2.3.1: Regionaal beleidskader VTH 2019-2022 In het Regionale beleidskader VTH 2019 - 2022 voor de door de OFGV uit te voeren taken, zijn de prioriteiten, doelstellingen en werkwijzen van de OFGV opgenomen voor vergunningverlening, toezicht, handhaving en de samenwerking met haar partners. Het bevat zowel strategische, tactische als operationele elementen. Dit beleidskader is in samenwerking met alle partners tot stand gekomen. Met het creëren van een gelijk speelveld binnen het werkgebied van de omgevingsdienst, wordt een uniforme manier van taakuitvoering en een gelijke behandeling (en daarmee rechtsgelijkheid) van ondernemers en inwoners bevorderd. Dit beleidskader legt hiervoor een basis. Dit uitvoerings- en handhavingsbeleid is het beleid voor de taken die door de OFGV worden uitgevoerd. De focus ligt hierbij op het wettelijke basistakenpakket, zoals dat is vastgelegd in het Besluit Omgevingsrecht. 2.3.2: Verordening kwaliteit VTH De Verordening kwaliteit VTH omgevingsrecht geeft uitvoering aan de wettelijke opdracht om regels te stellen voor de kwaliteit van de uitvoering en handhaving van de VTH-taken op het gebied van de Wabo. De gemeenteraad heeft deze verordening op 30 mei 2016 vastgesteld. In de verordening is een verplichting opgenomen om voor wat betreft de zogenaamde basistaken (die door de OFGV worden uitgevoerd) te voldoen aan de kwaliteitscriteria. Voor de overige Wabo-taken (“betrokken wetten”) geldt een zorgplicht met de kwaliteitscriteria als uitgangspunt. Het gaat daarbij om het principe van “comply or explain” (pas toe of leg uit) waarbij eventuele afwijkingen worden gemotiveerd. Over de kwaliteitscriteria vindt verantwoording plaats aan de raad via het jaarverslag VTH. Door middel van interbestuurlijk toezicht toetst de provincie op afstand of de kwaliteitscriteria worden nageleefd. Over de kwaliteit van vergunningverlening, toezicht en handhaving van de APV-taken die niet Wabo-gerelateerd zijn en de bijzondere wetten zegt de verordening niets. In die gevallen vindt verantwoording plaats door middel van het uitvoeringsprogramma en het jaarverslag. 2.3.3: Ondermijnende criminaliteit Ondermijnende criminaliteit is niet nieuw. De verwevenheid van onder- en bovenwereld krijgt steeds meer aandacht. De gemeente heeft hierin twee rollen: Bestuurlijk optreden; Ambtelijke alertheid. Door het Regionaal Informatie en Expertise Centrum Midden-Nederland (RIEC MN) is een ondermijningsbeeld opgesteld voor de gemeente. Vanuit vergunningverlening, toezicht en handhaving is het belangrijk om onderdeel te zijn van de aanpak van ondermijning. In algemene zin zetten we als organisatie in op onderstaande vier punten: Beleid op orde; beschikbaar beleid implementeren we zo spoedig mogelijk. Nieuw beleid of aanstaand beleid implementeren we direct, na weging op basis van de ‘couleur locale’; Versterken integrale samenwerking bij de uitvoering van handhaving; Actieve communicatie; we vertellen wat we doen. Dit doen we in algemene zin en daar waar nodig of wenselijk doelgroepgericht; Versterken informatiepositie. Intensivering moet leiden tot het verkrijgen van een veel beter beeld van de illegale activiteiten binnen onze gemeente. Versterking van de informatiepositie stelt de lokale driehoek (burgemeester, politie en officier van justitie) in staat om geprioriteerde keuzes te maken. Voor toezicht & handhaving zijn uren gereserveerd om actief een bijdrage te kunnen leveren aan integrale samenwerking op het gebied van ondermijning.

Rechtspraak bij dit artikel