Naar hoofdinhoud
In deze paragraaf wordt inzichtelijk gemaakt wat de basis werkwijze voor vergunningverlening is voor het toetsen van activiteiten op grond van de Wabo, Apv, Drank- en Horecawet en de Wet op de kinderopvang. Uitgangspunt is dat inwoners, bedrijven en instellingen verantwoordelijk zijn voor het indienen van goede en volledige aanvragen. De aanvraag vormt namelijk de basis voor de te verlenen vergunning of ontheffing. De gemeente houdt zich bij de taakuitvoering aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, zoals het zorgvuldigheidsbeginsel, het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel. Omgevingsvergunning Aanvragen om omgevingsvergunning op grond van de Wabo kennen verschillende aspecten waaraan getoetst kan worden. Hieronder worden de toetsingskaders beschreven. Toetsing aan ruimtelijke ordening/ bestemmingsplan en omgevingsplan Bij iedere aanvraag om omgevingsvergunning wordt getoetst of deze past binnen het van toepassing zijnde bestemmingsplan. Indien dit niet het geval is dienen aanvragen dan ook beschouwd te worden als een vergunningaanvraag om af te wijken van ruimtelijke regels. Dit zal in het besluitproces rond de aanvraag dan ook een onderdeel van de aanvraag zijn. In de gevallen waarbij met een binnenplanse of buitenplanse kruimelafwijking van het bestemmingsplan kan worden afgeweken is de reguliere procedure van toepassing. Indien er sprake is van een grote planologische afwijking betekent dit dat er sprake is van een uitgebreide, en dus langere, procedure. Het merendeel van de afwijkingen van de regels van bestemmingsplannen vallen echter onder de reguliere procedure van de Wabo. In veel bestemmingsplannen zijn binnenplanse afwijkingsbevoegdheden opgenomen (beleid opgenomen in bestemmingsplan). Daarnaast zijn er de buitenplanse afwijkingsmogelijkheden, zoals de kruimel- en de grote planologische afwijking. Hiervoor is geen algemeen beleid geformuleerd. Voor specifieke onderdelen zoals ander woongebruik en solitaire windmolens is wel beleid geformuleerd. Hierdoor zal het grootste gedeelte van de afwijkingen individueel beoordeeld en getoetst moeten worden. Omgevingsplan Na de inwerkingtreding van de omgevingswet in 2022 worden alle bestemmingsplannen vervangen door één omgevingsplan voor de hele gemeente. Een omgevingsplan kan algemener en flexibeler worden ingericht dan bestemmingsplannen. Het doel hiervan is om meer gelegenheid te bieden aan initiatieven. Uiteraard is dit binnen het kader van de wet. Daarnaast omvat het omgevingsplan meer aspecten dan slechts planologie. Er kunnen in het omgevingsplan regels opgesteld worden over de gehele fysieke leefomgeving. Toetsing aan welstand De welstandsnota geeft aanwijzingen voor het uiterlijk van bouwwerken, bijvoorbeeld voor de exacte plaats van een bouwwerk, voor de aard van de architectuur, of van welke materialen iets gemaakt moet worden. Als een aanvraag om omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen niet in een welstandsvrij gebied ligt dan wordt het plan ter advisering voorgelegd aan de welstandscommissie. Zij toetst de aanvraag aan de redelijke eisen van welstand, die zijn opgenomen in de Welstandsnota van gemeente Noordoostpolder. Voor een aantal kleine wijzigingen en de kleuren van bedrijfsgebouwen in het landelijkgebied zijn sneltoetscriteria van toepassing. Deze worden ambtelijk getoetst. Bouwtechnische toetsing/ Bouwbesluit 2012 Het Bouwbesluit 2012 geeft landelijk geldende regels voor de technische eisen waar bouwwerken minimaal aan dienen te voldoen. Gemeente Noordoostpolder hanteert voor het toetsen van vergunningaanvragen aan het Bouwbesluit het toetsingsbeleid Bouwbesluit gemeente Noordoostpolder. Hierin is de methodiek van het landelijk toetsprotocol (LTP) van de Vereniging BWT Nederland (Vereniging BWT) opgenomen. Het LTP is speciaal ontwikkeld om te kunnen differentiëren in toetsintensiteit per onderdeel van het Bouwbesluit, naar gelang het bouwwerktype en de risico’s die men daarbij voorziet. Hierdoor hoeft een aanvraag niet meer op alle onderdelen volledig aan het Bouwbesluit getoetst te worden. Binnen de methodiek van de LTP is landelijk een toetsniveau vastgesteld, dat door de beroepsgroep als een minimaal acceptabel niveau wordt gezien. De LTP-methodiek biedt gemeenten echter de ruimte om in afwijking ervan zelf een toetsniveau op de verschillende onderdelen vast te stellen, op basis van de eigen risico-inschattingen, naleefgedrag en beschikbare toetscapaciteit. Gemeente Noordoostpolder hecht veel belang aan constructieve veiligheid en brandveiligheid. Op deze onderdelen toetst de gemeente, in overeenstemming met de landelijke norm, intensief voor de functies wonen en de functies die gerelateerd zijn aan publiek gebruik (bijv. scholen) of gebruik door meerdere personen. Toetsing aan bouwverordening Een aantal bouwregels zijn lokaal en daardoor opgenomen in een vastgestelde bouwverordening. Aangezien steeds meer regelgeving landelijk geregeld is, is het aantal regels in de bouwverordening nog maar minimaal. Het betreft vooral normen en regels ten aanzien van de plaats van gevelaanzichten en rooilijnen voor zover bestemmingsplannen daarin niet voorzien. Zolang de bouwverordening bestaat zal iedere aanvraag aan de daarin opgenomen voorschriften worden getoetst. Beoordelingskader monumenten Aanvragen om omgevingsvergunningen voor monumenten (het wijzigen ervan) vraagt bijzondere aandacht om te voorkomen dat onomkeerbare schade wordt toegebracht aan cultuurhistorisch erfgoed. Dergelijke aanvragen worden altijd ter advisering voorgelegd aan de gemeentelijke monumentencommissie en de gemeentelijke welstandscommissie. Wanneer het een Rijksmonument betreft kan er ook advies gevraagd worden bij de Rijksdienst voor het cultureel erfgoed (RCE) en de provincie. Verder wordt aangesloten bij de strategie voor aanvragen om omgevingsvergunning activiteit bouwen, aangezien voor vrijwel alle veranderingen aan een monument ook een dergelijke vergunning vereist is. Noordoostpolder telt 62 rijksmonumenten en 71 gemeentelijke monumenten. Melding sloop en asbestverwijdering Toetsing vindt plaats aan de hand van de regelgeving in het Bouwbesluit. Natuurbescherming, flora en fauna Indien een aanvraag betrekking heeft op de activiteit ‘handelen in een natuurbeschermingsgebied’ of dat deze activiteit nadelige gevolgen kan veroorzaken voor de aanwezige flora en fauna vanwege verstoring of vernietiging van de habitat van soorten, dan dient hiervoor een verklaring van geen bedenkingen te worden aangevraagd bij de provincie. De activiteit haakt aan bij de vergunning. Het inhoudelijk advies ten aanzien van natuurbescherming en/of flora en fauna wordt gegeven door de provincie. Dit advies wordt opgenomen in de uiteindelijke vergunning. Aanleggen van een uitrit Aanvragen om omgevingsvergunningen, die als wettelijke basis de Apv hebben, worden primair getoetst op grond van de bepalingen in de Apv. Dit is o.a. het geval bij het aanleggen van een uitrit. Indien de uitrit op een provinciale weg plaatsvindt, dan wordt de provincie om advies gevraagd. In de vergunning worden voorwaarden opgenomen voor de aanleg van de uitrit. Vellen van een houtopstand In de gemeente Noordoostpolder geldt een vergunningplicht voor het vellen van erfsingels en wegbeplanting. De beleidsregel instandhouding landschappelijke beplantingen is hierop van toepassing. Bij iedere aanvraag hiervoor wordt advies gevraagd aan de toezichthouder groenvoorzieningen van cluster Wijkbeheer. Brandveilig gebruik De toets op de brandveiligheidsaspecten die betrekking hebben op de brandpreventieve voorzieningen en het brandveilig gebruik van een bouwwerk wordt door de vakspecialist brandpreventie uitgevoerd. Deze toets vindt plaats op grond van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen. Als een aanvraag een complexe situatie betreft dan kan om advies gevraagd worden aan de veiligheidsregio. Hiervoor zijn echter geen criteria opgenomen, waardoor het aan de vakspecialist brandpreventie is om dit te beoordelen. Algemene plaatselijke verordening In de Algemene plaatselijke verordening (Apv) heeft de gemeente de mogelijkheid om activiteiten die in de leefomgeving plaatsvinden aan extra regels te binden. Voor een aantal activiteiten eist de Apv expliciet dat vooraf een vergunning wordt aangevraagd. Voor andere activiteiten dient een ontheffing te worden aangevraagd en bij weer andere kan volstaan worden met een melding. Het spreekt voor zich dat risicovolle evenementen, of evenementen die (grote) overlast veroorzaken voor de omgeving of die veiligheidsrisico’s met zich meebrengen, vergunningplichtig zijn. Op die manier kan preventief het risico en de overlast voor de omgeving tot een minimum beperkt worden. Door deregulering is het aantal vergunningplichtige activiteiten in de Apv afgenomen. De toetsing van de activiteiten die nog steeds vergunningplichtig zijn onder de Apv worden hieronder beschreven. Evenementen Gemeente Noordoostpolder heeft als toetsingskader voor evenementen de nota evenementenbeleid 2012. Dit stuk, dat geactualiseerd moet worden, gaat o.a. in op de veiligheidsaspecten in het hoofdstuk over de regulering van evenementen. Hierop zijn tevens afspraken in regionaal verband van toepassing, namelijk die van de Veiligheidsregio Flevoland. Die zijn vastgelegd in het Regionaal Beleid Advisering Evenementenveiligheid 2017. Dit regionale beleid richt zich op risicobeoordeling van evenementen en planning en afstemming van het evenementenaanbod. De wijze waarop een aanvraag wordt behandeld, wordt bepaald door de evenementenkalender en het risicoprofiel van evenementen. Binnen het risicoprofiel wordt onderscheid gemaakt tussen drie categorieën evenementen, te weten A, B en C. Deze indeling wordt landelijk veel gebruikt. Alle evenementen binnen de gemeente zijn tot op heden geclassificeerd als A-evenement (regulier evenement met lage risico’s). De aanvraag om evenementenvergunning wordt door de gemeente o.a. getoetst aan het Evenementenbeleid 2012, Geluidsbeleid bij evenementen en de Drank- en Horecawet. Binnen de gemeente wordt onderscheid gemaakt tussen grote evenementen en overige evenementen. Voor een groot evenement moet de organisator een veiligheidsplan aanleveren, vindt een vooroverleg plaats met de organisator en de hulpdiensten en wordt het evenement na afloop geëvalueerd. Overige gemeentelijke regelgeving Aanvragen voor alle overige gemeentelijke regelgeving worden altijd helemaal getoetst op volledigheid. Het gaat hier bijvoorbeeld om (markt)standplaatsvergunningen en vergunningen voor de aanwezigheid van speelautomaten. Drank- en Horecawet De Drank- en Horecawet vereist dat iedereen die bedrijfsmatig alcoholhoudende dranken schenkt en/of verkoopt voor gebruik ter plaatse hiervoor een vergunning heeft. Voor slijterijen geldt eveneens een vergunningplicht. Bij wijziging van een bestaande vergunning, meestal het wijzigen van het aanhangsel vanwege een verandering in de leidinggevenden, wordt de nieuwe leidinggevende getoetst aan de moraliteitseisen van de Drank- en Horecawet. Indien het om een nog ongewijzigde paracommerciële drank- en horecavergunning gaat, wordt de vergunning ambtshalve aangepast met de nieuwe voorschriften. De Drank- en Horecawet stelt specifieke eisen aan de inrichting en de leidinggevenden. Verder Is het handhavingsbeleidsplan Drank- en Horecawet van toepassing. Wet op de kinderopvang Zodra de gemeente een aanvraag tot exploitatie ontvangt in het kader van deze wet wordt deze aangemeld in het Landelijk Register Kinderopvang en Peuterspeelzalen (LRKP). De GGD Flevoland wordt vervolgens opdracht gegeven een inspectie uit te voeren om na te gaan of de betreffende kinderopvang aan de minimale kwaliteitscriteria welke in de wet en nadere regelgeving hiervoor zijn opgenomen. Op basis van het advies van de GGD besluit de gemeente de aanvraag tot exploitatie van een kinderopvang, een gastouderbureau, een peuterspeelzaal of een voorziening voor gastouderopvang toe te kennen dan wel af te wijzen. De exploitant ontvangt hierover een besluit van de gemeente. Omdat naast een advies van de GGD ook andere wet- en regelgeving de exploitatie in de weg kan staan wordt hieraan door de gemeente al in het voorportaal gecontroleerd. Zo wordt getoetst of exploitatie wel past binnen de regels voor het bestemmingsplan en wordt gecontroleerd of een omgevingsvergunning voor brandveilig gebruik nodig is. De beslistermijn ten aanzien van de aanvraag wordt in dat geval opgeschort. Verzoeken tot het wijzigen van de gegevens in het KRKP kunnen bestaan uit administratieve handelingen zonder rechtsgevolg, maar ook uit verzoeken op grond waarvan een besluit genomen moet worden. Soms moet op grond van een dergelijk verzoek de GGD opnieuw een inspectie uitvoeren. Voorbeelden van mogelijke wijzigingen zijn uitbreiding van het aantal kindplaatsen, een houderwijziging en een verzoek tot het beëindigen van de exploitatie. In de wet is uitputtend behandeld hoe aanvragen en verzoeken om wijziging door de gemeente beoordeeld, gecontroleerd en afgehandeld dienen te worden. De beleidsruimte voor de gemeente is op dit punt vrijwel nihil. Wet Bibob De wet Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Bibob) heeft als doel gemeenten de mogelijkheid te bieden de achtergrond van een bedrijf of persoon te laten onderzoeken om te voorkomen dat zij criminele activiteiten faciliteren. Als er gevaar dreigt dat de vergunning wordt misbruikt, kan de gemeente de aanvraag weigeren of de afgegeven vergunning intrekken. De Beleidsregel Bibob gemeente Noordoostpolder geeft aan welke vergunningaanvragen worden getoetst en hoe het onderzoek wordt uitgevoerd. Ook subsidies en bepaalde categorieën van overheidsopdrachten kunnen sinds 1 augustus 2020 worden onderzocht in het kader van Bibob.

Rechtspraak bij dit artikel