Naar hoofdinhoud
De gemeente voert ter bescherming van de omgevingskwaliteit een eenduidig, transparant en uniform beleid. Onderdeel daarvan is de nalevingstrategie. Dat is een onderling afgestemd geheel van deelstrategieën voor preventie, toezicht, sancties en gedogen. De strategie houdt rekening met landelijke richtlijnen en afspraken in regionaal verband. De deelstrategieën staan hieronder op hoofdlijnen beschreven. Ook is aangegeven op welke wijze de gemeente de bestuursrechtelijke en strafrechtelijke handhavingsbevoegdheden onderling en in samenhang uitoefent en hoe zij optreedt tegen overtredingen van de eigen organisatie. 5.2.1 Preventiestrategie De preventiestrategie heeft tot doel de acceptatie van de regelgeving en voorkoming van overtredingen. De gemeente geeft aan inwoners en bedrijven informatie over het toezicht en handhaving op de gemeentelijke website, publicaties in de pers, social media, maar ook door mondelinge voorlichting en het klantgericht begeleiden van het vergunnings- en uitvoeringsproces. Kortom, de gemeente streeft naar het “open houden van de lijnen”. 5.2.2 Toezichtstrategie In de toezichtstrategie staat de vraag centraal hoe de gemeente als bevoegd gezag het toezicht uitoefent. Het kan hierbij gaan om reactief of om proactief optreden. De proactieve toezichtsstrategie kan verder worden onderverdeeld in risicogestuurd, branchegericht of gebiedsgericht. Het (algemene) doel van de toezichtstrategie voor de gemeente is om de beschikbare capaciteit en middelen zo in te zetten dat een zo hoog mogelijk rendement wordt behaald bij de uitvoering van het handhavingsbeleid. Rendement laat zich in dit geval als naleefgedrag definiëren. Algemeen De wijze waarop het toezicht wordt uitgevoerd hangt af van de prioriteit die aan een handhavingstaak is toegekend. In onderstaande tabel staat weergegeven hoe de prioriteiten doorgaans de intensiteit van het toezicht bepalen. Niet alle taken lenen zich voor de toezichtstrategie die uit de prioriteit voortvloeit. Daarnaast wordt naar aanleiding van meldingen of handhavingsverzoeken, ongeacht de prioriteit, altijd actie ondernomen. Prioriteit Mate van toezicht Hoog Het toezicht op naleving van de regels vindt proactief plaats op basis van een vaste controlefrequentie. Verder wordt actief gezocht naar overtredingen door het uitvoeren van inventarisaties, via gevelcontroles en waarnemingen ter plaatse en bureaucontroles. Gemiddeld Het toezicht vindt minder intensief en vooral steekproefsgewijs plaats op basis van in het Uitvoeringsprogramma genoemde criteria, dan wel door gebiedsgerichte controles of door surveillances. Laag Er is sprake van passief toezicht. In beginsel wordt alleen naar aanleiding van meldingen of handhavingsverzoeken toegezien op naleving van de regels. De prioritering is niet bedoeld om een bepaalde volgorde in de handhaving aan te geven. Voorop staat namelijk dat op alle prioriteiten gehandhaafd wordt. De frequentie van de handhaving is echter verschillend. Hoe hoger de prioriteit hoe actiever er gehandhaafd wordt. Verder wordt naar aanleiding van klachten/ meldingen altijd gereageerd. Integraal toezicht Uitgangspunt voor de uitvoering van de handhaving is het zoveel mogelijk integraal uitvoeren van het toezicht en handhaving. Met deze integrale aanpak wordt tegemoet gekomen aan de ambities van de gemeente om dienstverlening aan bedrijven te verbeteren. Vanuit dit uitgangspunt worden zoveel mogelijk taken die tot het domein van de gemeente behoren ook door de gemeente zelf gedaan. Hierbij kan als voorbeeld gedacht worden aan de taak van brandveiligheid. Ook wordt hiermee tegemoet gekomen aan eisen die de Wabo aan het toezicht stelt dat het bestuursorgaan zijn controles afstemt en coördineert met andere toezichthoudende instanties. Daarmee wordt voorkomen dat gemeentelijke en andere toezichthouders (bijvoorbeeld van provincie en waterschap) onwetend van elkaar dezelfde bedrijven bezoeken. In de bestuursovereenkomst met die overheden is dit dan ook afgesproken: waar mogelijk wordt voor elkaar en met elkaar gecontroleerd. Ondernemers ondervinden dan zo weinig mogelijk toezichtslast. Er zijn verschillende vormen van integraal toezicht denkbaar: Controleren met elkaar. Vanuit de verschillende taakvelden (bijvoorbeeld bouw en brandveiligheid) wordt gezamenlijk een integrale controle uitgevoerd. Deze vorm is toepasbaar in situaties die complexer zijn of een hoge bestuurlijke prioriteit hebben. Controleren na elkaar. Verschillende toezichthouders voeren een controle uit. Omdat deze controles plaatsvinden over een relatief langere periode heeft deze aanpak een sterk preventieve werking. De toezichtlast gaat hiermee niet omlaag. Controleren voor elkaar. Hierbij wordt de integrale controle van de taakvelden door één toezichthouder/ handhaver uitgevoerd. Deze vorm wordt vooral gebruikt in situaties die worden gekenmerkt door een zeer geringe complexiteit. Signaleren voor elkaar. Aspectcontrole door één toezichthouder. Deze toezichthouder neemt tijdens de controle (binnen het model controleren na elkaar) aspecten van de andere beleidsvelden of van andere bestuursorganen mee. Als hij waarneemt dat er op het gebied van de andere beleidsterreinen/ bestuursorganen iets mis is, seint hij zijn collega’s of het andere bestuursorgaan in. De vier vormen van integraal toezicht zijn in onderstaande figuur nog eens weergegeven. Welke vorm van integraal toezicht gehanteerd wordt, hangt sterk af van de situatie van de inwoner of het bedrijf. Hierbij wordt aangesloten bij de omgevingsvergunning. Bij een enkelvoudige omgevingsvergunning (bijvoorbeeld voor de bouw van een dakkapel) zal de toezichthouder of handhaver vanuit zijn vakgebied een controle uitvoeren waarbij hij oog- en oorfunctie voor andere beleidsvelden heeft. Bij een meervoudige omgevingsvergunning zullen de toezichtmomenten waar mogelijk gecoördineerd worden in één bezoek, waardoor de belasting voor het bedrijf tot een minimum beperkt wordt. Indien gecoördineerd toezicht niet mogelijk is, zullen de controles vanuit de verschillende vakgebieden blijven worden uitgevoerd. Schematisch gezien ziet het bovenstaande er als volgt uit: Situatie Wijze van toezicht Vorm van integraliteit Enkelvoudige omgevingsvergunning Toezicht door het betreffende taakveld Signaleren voor elkaar Meervoudig omgevingsvergunning Gecoördineerd toezicht met meerdere toezichthouders Controleren met elkaar Toezicht door betreffende taakvelden (over langere tijd) Controleren na elkaar (met signaalfunctie voor andere taakvelden) 5.2.3 Sanctiestrategie De sanctiestrategie heeft tot doel: het voorkomen of ongedaan maken van een overtreding (bestuursrecht); het opleggen van een boete om de overtreder te straffen (bestuursrecht en strafrecht); het wegnemen van wederrechtelijk genoten voordeel (strafrecht). Is er sprake van een overtreding van wet- en regelgeving m.b.t. bouw, ruimtelijke ordening of de leefomgeving, dan wordt de procedure van het stappenplan van het Gemeenschappelijk Kader Flevoland gevolgd. Verder zijn er voor een aantal specifieke taakvelden, die buiten het bovengenoemde kader vallen, sanctiestrategieën opgesteld. Deze strategieën staan aan het eind van deze paragraaf vermeld. De volgende bestuursrechtelijke interventies kunnen gebruikt worden binnen de sanctiestrategie: aanspreken/informeren van de overtreder; waarschuwen, brief met hersteltermijn; bestuurlijk gesprek; verscherpt toezicht; last onder dwangsom; last onder bestuursdwang; tijdelijk stilleggen. Schorsen of intrekken vergunning Het intrekken of schorsen van een vergunning is een bestuurlijke bestraffende interventie. Van deze mogelijkheid wordt in beginsel niet in eerste instantie gebruik gemaakt. Het is een passend middel als de overtreder ondanks het opleggen van herstelsancties, zoals een last onder dwangsom, niet de noodzakelijke actie onderneemt. Bestuurlijke strafbeschikking De Buitengewone opsporingsambtenaar (Boa) in dienst van de gemeente treedt met de bestuurlijke strafbeschikking op tegen veel voorkomende en overlast veroorzakende, lichte overtredingen van de Algemene plaatselijke verordening (APV) en de Afvalstoffenverordening (Asv). Leidend hierin is de top 10 van overlastfeiten. De strafbeschikking is gebaseerd op de Wet OM-afdoening. Het Centraal Justitieel Incassobureau handelt de boete af. Specifieke sanctiestrategieën Voor de onderstaande taakvelden is specifiek sanctiebeleid vastgesteld: De Drank- en Horecawet; Kinderopvang; Damoclesbeleid; Permanente bewoning recreatieparken. 5.2.4 Gedoogstrategie In uitzonderingsgevallen en na een zorgvuldige en kenbare belangenafweging kan overgegaan worden tot gedogen. Daarbij wordt het Gemeenschappelijk Kader Flevoland 2013 in acht genomen. Voor gedogen wordt een beschikking met voorwaarden en een eindtermijn opgesteld.

Rechtspraak bij dit artikel