De aanvullende bebouwingsmogelijkheden zijn onderverdeeld in drie categorieën: voor percelen van 750 – 1000 m2, voor percelen van 1000 – 2500 m2 en voor percelen groter dan 2500 m2. Dit om een passende bebouwingsdichtheid op percelen te waarborgen en om de overgang van huidige- naar nieuwe aanvullende bouwmogelijkheden in duidelijke stappen gefaseerd te laten verlopen. Samengavat ziet de bebouwingsregeling er als volgt uit:
Woonperceel
Maximaal bebouwde oppervlakte
750 – 1000 m2
300 m2
1000 – 2500 m2
400 m2
2500 m2
500 m2
Enkele opmerkingen hierbij:
De omvang van een perceel wordt gemeten aan de hand van de voor ‘Woondoeleinden’ en eventueel ‘Tuin’ bestemde gronden uit het bestemmingsplan.
Voor vrijstaande woningen op percelen kleiner dan 750 m2 blijft de geldende bestemmingsplanregeling van kracht.
De aanvullende bouwmogelijkheden zijn zowel van toepassing op hoofdgebouwen (woningen) als op bijbehorende bouwwerken (bijgebouwen).
De geldende bepaling uit diverse bestemmingsplannen, dat een enkel vrijstaand bijbehorend bouwwerk een maximale omvang van 100 m2 danwel de oppervlakte van het hoofdgebouw heeft, blijft van kracht. Dit om de stedenbouwkundige samenhang tussen hoofdgebouwen en bijgebouwen te garanderen.
De aanvullende mogelijkheden zijn gericht op bouwmogelijkheden. Voor wat betreft aspecten als de situering van gebouwen (bouwvlak), voorgevelrooilijnen, maximale goothoogte en maximale bouwhoogte blijft het bestemmingsplan gelden. De bestemming Tuin blijft ook op basis van de beleidsregel uitgesloten voor bebouwing.
Hoofdstuk
Artikel 3.2
Bebouwingsregeling vrijstaande woningen op grotere kavels
Onderdeel van Ontwerp - Beleidsregel Verruiming bouwmogelijkheden ruime woonpercelen