Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 3.3

Beoordelingscriteria toepassing beleidsregel

Onderdeel van Ontwerp - Beleidsregel Verruiming bouwmogelijkheden ruime woonpercelen

Voor wat betreft de toepassing van bouwmogelijkheden op basis van de beleidsregel gelden een aantal beoordelingscriteria. Deze worden in deze paragraaf benoemd. Algemeen afwegingskader Het bestemmingsplan kent een algemeen afwegingskader voor de toepassing van binnenplanse afwijkingen. De inhoud van dit afwegingskader is ook van toepassing bij uitbreidingen op basis van de beleidsregel. Op basis van het afwegingskader kunnen alle ruimtelijk relevante aspecten worden afgewogen in relatie tot de aanvraag. Specifieke bepalingen inpasbaarheid en kwalitatieve uitstraling Om de gewenste inpasbaarheid van bouwplannen ten opzichte van de omgeving én de kwalitatieve uitstraling te kunnen beoordelen, worden aanvragen in ieder geval getoetst op een aantal ruimtelijke beoordelingscriteria: Beoordelingscriteria Er is sprake van woongebruik en/of een aan huis verbonden functie (geen bedrijvigheid). Het bouwplan is passend- en/of een kwalitatieve toevoeging binnen het stedenbouwkundige straatbeeld van de omgeving. Er is geen sprake van onevenredige (visuele) hinder op de omgeving (o.a. direct omwonenden, openbaar gebied, landschap). Eventueel (maatwerk) kan een landschappelijke inpassing met beplanting vereist zijn, waarmee onevenredige (visuele) hinder wordt voorkomen. Er is samenhang/eenheid in de onderlinge situering van bebouwing op het perceel (geconcentreerd/binnen het bouwvlak van het bestemmingsplan). Verder wordt het achtererf voor niet meer dan 50% bebouwd. Er is samenhang/eenheid tussen bebouwing en het erf (onbebouwde deel van het perceel). Deze dient in verhouding te staan. Om dit te kunnen beoordelen dient een erfinrichtingsplan onderdeel te zijn van de aanvraag. Een enkel vrijstaand bijgebouw heeft een maximale omvang van 100 m2, danwel maximaal de omvang van het hoofdgebouw wanneer deze groter is dan 100 m2. Voor de oppervlakte van aangebouwde bijgebouwen geldt dat deze niet groter zijn dan het hoofdgebouw. De bepalingen uit het bestemmingsplan ten aanzien van de situering van gebouwen (bouwvlak) en maximale bouw- en goothoogte van hoofgebouwen en bijbehorende bouwwerken (bijgebouwen) blijven van kracht. Er ligt een positieve Welstandsbeoordeling* ten aanzien van: De kwalitatieve uitvoering / uitstraling van het bouwplan Samenhang/eenheid in de onderlinge verschijningsvorm van bebouwing op het perceel. * Bouwwerken moeten voldoen aan 'redelijke eisen van welstand'. De welstandscommissie beoordeelt bouwplannen aan de welstandscriteria zoals die zijn opgenomen in de Welstandsnota. Op 30 juni 2016 heeft de gemeenteraad de Welstandsnota vastgesteld. In deze nota is bepaald wat de redelijke eisen van welstand zijn. Dit betekent dat gekeken wordt of een bouwplan qua uitstraling past bij de omgeving. Bebouwingsstructuur Griendtsveenstraat te Amsterdamscheveld

Rechtspraak bij dit artikel