Het is verboden zonder vergunning van het college de weg
of een weggedeelte anders te gebruiken dan
overeenkomstig de publieke functie daarvan.
Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden
geweigerd in het belang van:
a het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg,
gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de
weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan,
dan wel een belemmering kan vormen voor het
doelmatig beheer en onderhoud van de weg;
b het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in
verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke
eisen van welstand.
c in het belang van de voorkoming of beperking van
overlast voor gebruikers van de in de nabijheid
gelegen onroerende zaak.
Het verbod geldt niet voor:
a evenementen als bedoeld in artikel 2.2.1;
b standplaatsen als bedoeld in artikel 5.2.3.1 – 5.2.3.5.
4 Het verbod in het eerste lid geldt niet voor nader door het
college bepaalde categorieën onder door het college nader
bepaalde voorwaarden mits:
a minstens drie weken voor het geplande gebruik schriftelijk
kennisgeving hiervan is gedaan aan het college via het daarvoor
door of namens het college vastgestelde meldingsformulier;
b het college niet binnen twee weken na ontvangst van die
kennisgeving van enig bezwaar heeft doen blijken;
c voldaan wordt aan de nader door het college vastgestelde
algemene voorschriften als vermeld op het meldingsformulier.
5 Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het
daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, artikel 5 van de
Wegenverkeerswet 1994 of de Wegenverordening
provincie Utrecht 2004.
Hoofdstuk › Paragraaf 5
Artikel 2.1.5.1
Voorwerpen of stoffen op, aan of boven de weg
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening De Bilt 2007