Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf 5

Artikel 2.1.5.1

Voorwerpen of stoffen op, aan of boven de weg

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening De Bilt 2007

Het is verboden zonder vergunning van het college de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan. Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd in het belang van: a het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg; b het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand. c in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen onroerende zaak. Het verbod geldt niet voor: a evenementen als bedoeld in artikel 2.2.1; b standplaatsen als bedoeld in artikel 5.2.3.1 – 5.2.3.5. 4 Het verbod in het eerste lid geldt niet voor nader door het college bepaalde categorieën onder door het college nader bepaalde voorwaarden mits: a minstens drie weken voor het geplande gebruik schriftelijk kennisgeving hiervan is gedaan aan het college via het daarvoor door of namens het college vastgestelde meldingsformulier; b het college niet binnen twee weken na ontvangst van die kennisgeving van enig bezwaar heeft doen blijken; c voldaan wordt aan de nader door het college vastgestelde algemene voorschriften als vermeld op het meldingsformulier. 5 Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 of de Wegenverordening provincie Utrecht 2004.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel