1 Het is verboden zonder vergunning van het college een weg aan
te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te
graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te
veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van
aanleg van een weg.
2 Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder weg verstaan
wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder verstaat,
alsmede alle niet-openbare ontsluitingswegen van gebouwen.
3 Het verbod geldt niet voor het Rijk, de provincie, de gemeente
of het waterschap bij het uitvoeren van zijn/haar
publiekrechtelijke taak.
4 Het verbod geldt voorts niet voorzover in het daarin geregelde
onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet
beheer rijkswaterstaatswerken, de Wegenverordening provincie
Utrecht 2004, de Waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de
daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening.
Hoofdstuk › Paragraaf 5
Artikel 2.1.5.2
Aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening De Bilt 2007