De systeembeheerder voorziet in:

  • - de beschikbaarheid van het toepassingssysteem, overeenkomstig hetgeen daarover intern en met derden is overeengekomen;
  • - een uitwijkvoorziening;
  • - het transport en een beveiligde opslag van verwijderbare gegevensdragers, evenals een deugdelijke vernietiging van onbruikbare gegevensdragers;
  • - logging in het toepassingssysteem voor handelingen van medewerkers, de gegevensbeheerder, de applicatiebeheerder, de systeembeheerder en de leverancier van het toepassingssysteem;
  • - een dagelijkse back-up van alle BRP-bestanden die wordt ondergebracht in een daartoe uitgeruste en beveiligde ruimte op een andere locatie, welke zich bij voorkeur in een ander gebouw bevindt dan de ruimte waarin de BRP-apparatuur is opgesteld;
  • - een logische toegangsbeveiliging voor interne en externe datacommunicatie, en

neemt deel aan het in artikel 7, tweede lid, bedoelde overleg.