Naar hoofdinhoud
In paragraaf 3.5 van het Evenementenbeleid wordt ingegaan op de geluidsaspecten bij evenementen. We onderscheiden 3 categorieën geluidbelastende evenementen, te weten: 1.Categorie geluidbelasting Laag De geluidbelasting bij dit soort evenementen is verwaarloosbaar. Afgesproken is dat onder deze categorie ook de niet elektronisch versterkte muziek valt. Zo wordt voorkomen dat bijvoorbeeld een harmonie- of fanfaregezelschap voor een kortstondig optreden al gauw onder de definitie van belastend evenement wordt geschaard. Hieronder vallen bijvoorbeeld buurtfeesten, braderieën en markten. Uitgangspunt hierbij is zo min mogelijk reguleren. Deze evenementen zijn veelal kleinschalig. Er is sprake van achtergrondmuziek. Het draagvlak in de directe omgeving is vaak groot. Meestal is er geen sprake van een professionele geluidsinstallatie. Er mag geen mechanische muziek ten gehore worden gebracht. De organisatie is ervoor verantwoordelijk dat geen overmatige hinder optreedt. 2.Categorie geluidbelasting Midden. Geluidbelasting tot maximaal 75 dB(A)/90dB(C) per locatie, gemeten wordt op de gevel van de dichtst bijgelegen woning of op een vooraf bepaalde vaste afstand van de bron. Voorkomen moet worden dat teveel “geluidruimte” wordt vergund in situaties waarbij woningen op grote afstand liggen. Onder deze categorie vallen nagenoeg alle evenementen in de kernen met een luidruchtig karakter zoals muziek, tentfeesten, kermissen etc. Bij de behandeling van de vergunning wordt in overleg (tussen de gemeente en de organisatie) beoordeeld of het gewenst zendniveau realiseerbaar is op de gewenste locatie. In het geval het gewenst zendniveau conflicteert met de te stellen geluidnormen zal dit met de organisatie worden besproken. Dit kan leiden tot een gewijzigde locatie, een lager geluidniveau of in de ultieme situatie tot een weigering van de vergunning. Uitgangspunt bij vergunningverlening is het opnemen van een norm als doelvoorschrift. Het toegelaten maximum van 75 dB(A) op gevels van woningen wordt voor deze activiteiten als norm opgenomen. Indien binnen 50 meter geen woningen zijn gelegen dan kan een norm worden gesteld op een bepaalde afstand, bijvoorbeeld 50 meter van de grens van het evenemententerrein. De organisatie dient haar verantwoordelijkheid bij het naleven van de voorschriften duidelijk te nemen. De organisatie moet zelf het toegestane geluidsniveau onder de grenswaarde houden aan de hand van door henzelf uit te (laten) voeren metingen. 3.Categorie geluidbelasting Hoog. Geluidbelasting meer dan 90 dB(A) en maximaal 102 dB(C). Dit zijn bijvoorbeeld pop- en dance evenementen. Bij de afhandeling van het verzoek om vergunning wordt beoordeeld of het gewenste zendniveau realiseerbaar is op de geplande locatie. Indien het gewenste zendniveau conflicteert met de normen ter voorkoming van geluidoverlast zal dit met de organisatie worden besproken. Een en ander kan leiden tot een gewijzigde locatie, een lager zendniveau of in het ergste geval tot een weigering van de vergunning. Uitgangspunt bij de vergunningverlening is het opnemen van zowel doel-, als middelvoorschriften. Het toegelaten maximum van 90 dB(A) en 102 dB(C) op woningen wordt voor deze activiteit in principe als maximale norm opgenomen. De organisatie is zelf verantwoordelijk voor het inregelen van het toegestane geluidniveau. De organisatie dient tevens het toegestane geluidniveau onder de grenswaarde te houden aan de hand van door henzelf uit te (laten) voeren metingen. De organisatie is verplicht een geluidbelastingplan bij de aanvraag te overleggen. Dit geeft de mogelijkheid tot toetsing of het evenement op de voorgestane locatie mogelijk is. 2.3.1 Geluidbelastingplan Een door de organisatie ingediend plan, waarin deze aangeeft hoe hij denkt de geluidemissie gedurende het evenement in de hand te gaan houden, zodat voldaan kan worden aan de gestelde normen. Het betreft dus niet een compleet rapport van een akoestisch onderzoek, maar wel een voorstel hoe hij zijn (geluid)apparatuur gaat opstellen, welke (geluid)apparatuur hij denkt te gaan gebruiken, het benodigde geluidniveau in het midden van het evenemententerrein, het bronniveau bij de boxen en de bronniveaus van overige apparatuur (bijv. aggregaten), eigen controle/correctie van de organisator van de geluidniveaus op de gevel van de omliggende geluidgevoelige bestemmingen en de mate waarin de installatie wordt ingeregeld (en verzegeld) voor het evenement. 2.3.2 Voorschriften vergunning Voor vergunningsplichtige evenementen kunnen de geluidsnormen in de voorschriften van de vergunning worden opgenomen. Ook is het mogelijk om ontheffing van het verbod tot geluidshinder te verkrijgen. De standaard voorschriften hiervoor zijn: Live muziek mag tot max. … uur gespeeld worden. Mechanische muziek mag tot max. … uur afgespeeld worden. Het maximale toelaatbare geluidsniveau tot … uur mag niet meer bedragen dan … dB(A). 2.3.3 Overtreding geluidsnormen Bij overtreding van de geluidsnormen worden de volgende acties uitgevoerd: Bij drie of meer klachten wordt er altijd overgegaan tot een geluidsmeting. Bij overtreding van de geluidsnorm (vergunningvoorschrift), dan wordt bij hetzelfde volgende evenement een geluidsbegrenzer als voorwaarde aan het evenement gesteld. Bij een herhaaldelijk overtreding van de geluidsnorm, ongeacht de mogelijke inzet van een geluidsbegrenzer, dan wordt bij hetzelfde volgende evenement bestuursdwang toegepast. Illustratief plaatje

Rechtspraak bij dit artikel