Kwijtschelden van een vordering betekent dat een vordering van het college op de debiteur geheel of gedeeltelijk wordt afgeboekt.
a. Kwijtschelding van vorderingen of een deel daarvan, die niet zijn ontstaan naar aanleiding van de schending van de inlichtingenverplichting van artikel 17 Participatiewet en artikel 13 IOAW/IOAZ.
Indien de betreffende debiteur hiertoe een verzoek doet, ziet het College geheel of gedeeltelijk af van verdere invordering als belanghebbende gedurende 60 maanden volledig aan de betalingsverplichting van één of meerdere vorderingen heeft voldaan. Dit sluit aan bij de wsnp-periode.
Het college ziet geheel of gedeeltelijk af van verdere invordering als belanghebbende gedurende
60 maanden, vanwege het ontbreken van afloscapaciteit, geen betalingen heeft kunnen verrichten en het niet aannemelijk is dat hij dat nog zal kunnen doen.
b. Kwijtschelding van vorderingen of een deel daarvan, die zijn ontstaan naar aanleiding van de schending van de inlichtingenverplichting van artikel 17 Participatiewet en artikel 13 IOAW/IOAZ.
Het college maakt gebruik van de in artikel 58 lid 7 Participatiewet en artikel 25, lid 6 IOAW/IOAZ gegeven bevoegdheid om in een aantal situaties af te zien van terugvordering of verdere terugvordering van fraudeschulden.
c. Vorderingen kwijtschelden naar aanleiding van schuldsanering langs minnelijke weg of een wsnp-traject.
Na een met goed gevolg afronden van het saneringstraject (doorgaans een periode van 36 maanden) dient uit het beschikbare bedrag de schulden afgelost te worden. Indien het bedrag onvoldoende is, wordt een aanbod tegen finale kwijting gedaan. Het resterende bedrag van de vorderingen wordt door het college kwijtgescholden.
Het college verleent geen medewerking aan een schuldregeling indien een vordering is ontstaan door het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht en hiervoor een bestuurlijke boete is opgelegd of aangifte is gedaan. Dit geldt alleen voor zover deze medewerking leidt tot gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van deze vordering (artikel 60c Participatiewet en artikel 29a IOAW/IOAZ).
Indien de schending van de inlichtingenverplichting geen opzet was, verleent het college wel medewerking aan een schuldregeling.
Kwijtschelding wordt middels beschikking kenbaar gemaakt aan belanghebbende.
2.4.3 Buiten invordering stellen
Bij bestaande vorderingen kan het college uit doelmatigheidsoverwegingen besluiten een vordering buiten invordering te stellen, bijvoorbeeld bij terugvorderingsbedragen die niet (langer) in relatie staan met de kosten van invordering (kleine restbedragen). Het buiten invordering stellen vraagt altijd om een individuele afweging, waarbij fraude mag niet lonen.
Zolang er sprake is van invorderingsmogelijkheden of verrekening wordt een vordering in principe niet buiten invordering gesteld.
Buiten invordering stellen houdt in dat besloten wordt de vordering voorlopig of definitief niet te innen.
In deze situatie wordt nog eenmaal het invorderingsbesluit aan de debiteur verzonden waarin de hoogte van de vordering en de wijze van terugbetalen wordt vermeld. Hierna worden geen invorderingsmaatregelen meer genomen (geen periodiek onderzoek of pogingen tot invordering). De reden dat nog eenmalig een invorderingbesluit wordt verzonden is dat als de debiteur alsnog besluit zelf te betalen, of als debiteur binnen een periode van vijf jaar na dit laatste invorderingsbesluit bij het college een aanvraag voor een uitkering levensonderhoud doet, de vordering alsnog kan worden geïnd. Vijf jaar na dit laatste invorderderingsbesluit is de vordering op grond van het burgerlijk wetboek verjaard en kan hij niet langer worden ingevorderd, tenzij er opnieuw door middel van een aanmaning de verjaring wordt gestuit. Als sprake is van een rechterlijke uitspraak is de verjaringstermijn 20 jaar.(Ook hierbij dient elke vijf jaar de vordering middels een aanschrijving te worden gestuit.)
HERONDERZOEK bij vorderingen
Bij debiteuren waarvoor het college nog een (aanvullende) uitkering voor levensonderhoud verstrekt, of waarbij periodiek op de vordering wordt betaald en er geen betalingsachterstanden zijn, hoeft geen debiteurenonderzoek plaats te vinden.
Een heronderzoek bij niet betalende debiteuren vindt eens in de 12 maanden plaats.
HOOFDSTUK 2
Artikel 2.4.2
Kwijtschelding (restant) vordering
Onderdeel van Debiteurenplan gemeente Dalfsen 2020